donderdag 28 oktober 2021

Op deze historische foto’s is te zien hoe het Vrijheidsbeeld werd gebouwd

 

Op deze historische foto’s is te zien hoe het Vrijheidsbeeld werd gebouwd

Het iconische standbeeld van koper, dat ooit glansde maar nu een groen patina heeft, werd in Frankrijk gebouwd en op diverse plekken in dat land tentoongesteld voordat het tot hét baken in de haven van New York werd.


Het Vrijheidsbeeld, een van de meest herkenbare symbolen van de Verenigde Staten, was een geschenk van Frankrijk ter herinnering aan het bondgenootschap tussen de beide landen in de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog.

Ambachtslieden bouwden het 46 meter hoge standbeeld in aparte gedeelten gedurende negen maanden van intense werkzaamheden. Toen de afzonderlijke delen klaar waren, werden ze op verschillende plekken in Parijs tentoongesteld. Zo prijkte het hoofd van Libertas (‘Vrouwe Vrijheid’) in de Jardins de Trocadéro, tegenover de Eiffeltoren aan de overzijde van de Seine, evenals de toorts die jarenlang schepen vol migranten in de haven van New York zou begroeten.

In 1885 werd het beeld naar zijn nieuwe standplaats in New York verscheept. (Het eilandje waarop het beeld staat, Liberty Island, behoort tot de staat New York maar ligt in wateren van de stad Jersey City, in de staat New Jersey). Het duurde vier maanden voordat de aparte onderdelen van het gevaarte in elkaar waren gezet, waarna het koperen standbeeld op 28 oktober 1886 officieel werd onthuld. 


















Het begon allemaal tijdens een diner op een avond in de buurt van Parijs in 1865. Een groep Fransen besprak hun dictatorachtige keizer en de democratische regering van de VS. Ze besloten een monument voor de Amerikaanse vrijheid te bouwen - en misschien zelfs de Franse eisen voor democratie in hun eigen land. Bij dat diner was de beeldhouwer Frédéric-Auguste Bartholdi (bar-TOLE-dee). Hij stelde zich een standbeeld voor van een vrouw die een fakkel vasthoudt die brandt van het licht van de vrijheid.

Het omzetten van Bartholdi's idee in realiteit duurde 21 jaar. Franse supporters zamelden geld in om het beeld te bouwen en Amerikanen betaalden voor het voetstuk waarop het zou staan. Uiteindelijk werd het beeld in 1886 ingewijd.

"The New Colossus", een gedicht geschreven door Emma Lazarus in 1883, is te zien op het voetstuk van het standbeeld.

  Niet zoals de brutale reus van Griekse roem,                                          Met overwinnende ledematen schrijlings van land naar land;        Hier bij onze door de zee gewassen, zonsondergangpoorten zullen      staan                                                                                                                Een machtige vrouw met een fakkel, wiens vlam                                    Is de gevangen bliksem, en haar naam?                                                Moeder van ballingen. Van haar bakenhand                                    Gloed wereldwijd welkom; haar milde ogen bevelen                            De luchtbrug die de tweelingsteden omlijsten.                                  "Houd, oude landen, je legendarische pracht!" huilt ze                               Met stille lippen. "Geef me je vermoeide, je arme,                                  Je ineengedoken massa's die verlangen om vrij te ademen,              Het ellendige afval van je krioelende kust.                                          Stuur deze, de daklozen, storm-tost naar mij,                                            Ik hef mijn lamp naast de gouden deur!"

Therapiehonden kunnen wonderen verrichten. Maar vinden ze het ook leuk?

 

Therapiehonden kunnen wonderen verrichten. Maar vinden ze het ook leuk?

Nieuw onderzoek naar het stressniveau van honden met dit soort 'werk' levert geruststellende resultaten op.



















Als je van honden houdt, is het gewoon fijn als je huisdier in de buurt is. Het is dan ook niet vreemd dat therapiehonden goed gezelschap zijn voor mensen met aandoeningen als kanker, posttraumatisch stresssyndroom of dementie.

In de Verenigde Staten zijn er 50.000 therapiehonden, en ze worden ook in andere landen, zoals Nederland, Noorwegen en Brazilië steeds populairder. In de VS worden de honden opgeleid en ‘goedgekeurd’ door verschillende organisaties. Ze gaan met hun verzorgers naar ziekenhuizen en andere instellingen en hebben daar contact met de patiënten.

Uit onderzoek blijkt dat dit soort therapie een positief effect heeft op patiënten, maar hoe vinden de honden het om mensen te helpen? Daar is ook onderzoek naar gedaan, en de resultaten zijn geruststellend.

Uit een onlangs verschenen publicatie in Applied Animal Behaviour Science bleek dat therapiehonden op afdelingen voor kinderkanker geen stress ondervonden door hun ‘werk’ en het meestal eigenlijk juist leuk leken te vinden.

“Dit onderzoek was uniek, omdat het op verschillende locaties werd uitgevoerd, in vijf verschillende ziekenhuizen door heel Amerika. Bovendien deden ruim honderd patiënten en 26 honden mee, waardoor het de grootste studie op dit gebied is,” aldus onderzoeksleider Amy McCullough. Zij is national director of research and therapy bij American Humane, een dierenbeschermingsorganisatie uit de stad Washington.

Een hondenbaan                                                                                                    De onderzoekers bekeken de hoeveelheid cortisol in het speeksel van de honden. Bij stress gaat de spiegel van dit hormoon omhoog. De monsters werden zowel bij de honden thuis als tijdens ziekenhuisbezoeken afgenomen. Maar de cortisolspiegel kan stijgen door zowel positieve als negatieve stress. “Stel dat een hond graag met een bal speelt. Als er dan een bal tevoorschijn komt, en die hond mag erachteraan rennen, dan stijgt de cortisolspiegel ook,” legt McCullough uit.

Daarom bekeek het onderzoeksteam ook 26 soorten gedrag van honden, en deelden die in drie categorieën in: positieve acties, zoals naar iemand toegaan, of iemand ‘uitnodigen’ om te spelen; matige stress zoals lippen likken en trillen; en veel stress, zoals janken.

De onderzoekers vonden geen verschil in de cortisolspiegels van de honden thuis of in het ziekenhuis, wat erop wijst dat de therapiehonden geen last hebben stress.

Lol in het werk

Deze conclusie komt overeen met eerdere onderzoeksresultaten, stelt Lisa Maria Glenk, auteur van een literatuuroverzicht uit 2017 over het welzijn van therapiehonden.

Het onderzoek, dat ze “goed opgezet” vindt, is vooral nuttig vanwege het oog voor detail: “in eerdere onderzoeken werd nauwelijks of niet bijgehouden welke activiteiten plaatsvonden tijdens een sessie. Daardoor is lastig te zeggen welke activiteiten het stressniveau van de honden verhogen,” zegt Glenk, die werkzaam is aan de Oostenrijkse Veterinärmedizinische Universität Wien.

Volgens haar is de volgende vraag of de honden het werk ook leuk vinden. In het nieuwe onderzoek naar kinderkanker lijken daarvoor aanwijzingen te vinden.

Zo lijken honden bijvoorbeeld blijer tijdens sommige activiteiten dan tijdens andere. Als een kind tegen een hond praatte, of met zijn speeltje speelde, leek dat meer positieve acties op te leveren dan als een kind het dier aaide of tekende.

Kijkend naar de resultaten “kun je wel stellen dat sommige activiteiten leuker zijn voor de hond dan andere,” merkt McCullough op.

“Dat is nuttige informatie voor de verzorgers. Die kunnen dan vaker activiteiten doen waarvan ze denken dat hun hond die leuk vindt.”

De goede match vinden

Daarvoor is het nodig om de therapiehonden goed te observeren, ook als hun gedrag soms tegenstrijdig lijkt. Zo bleek bijvoorbeeld uit de studie dat bij de honden die het meeste stressgedrag vertoonden, ook het vaakst positieve acties werden gezien. Dat duidt erop dat sommige honden hun emoties gewoon duidelijker tonen.

Net als met iedere baan, is het belangrijk om een geschikte kandidaat te vinden, voegt McCullough daaraan toe. Veel baasjes zijn bereid om de gezelligheid van hun huisdier te delen met de mensen om hen heen, “maar dat betekent nog niet dat hun hond geschikt is voor dit soort werk.”

Daarom moeten hondentrainers en -verzorgers, en ook baasjes, kijken of honden het echt leuk vinden, en het niet alleen maar toelaten.

“Vraagt de hond zelf om aandacht van anderen, of moet het dier met lekkers worden overgehaald om contact met anderen te maken?,” geeft zij als voorbeeld.

“Een bezoek aan patiënten moet voor iedereen leuk zijn, dus is het heel belangrijk dat de hond ook echt lol heeft in het werk.”









Je hond weet hoe jij je voelt

 

Je hond weet hoe jij je voelt - dit is hoe dat komt

Uit onderzoeken blijkt dat honden behoorlijk intuïtief kunnen zijn.

























Heb je weleens het idee dat je hond weet hoe jij je voelt? Dat zou best eens kunnen kloppen.

In experimenten uit 2016 waren tekenen te zien dat honden snapten of een mens of hond blij was of boos, op basis van gezichtsuitdrukkingen en geluiden.

Het onderzoek, waarover een artikel verscheen in het vakblad Biology Letters, was erop gericht om de emotionele band te onderzoeken tussen de mens en zijn ‘beste vriend’.

"We wisten nog steeds niet of honden in staat zijn te begrijpen dat, bijvoorbeeld, een vrolijke gezichtsuitdrukking positief is en een negatieve gezichtsuitdrukking negatief,” vertelt onderzoeksleider Natalia de Souza Albuquerque, die promotieonderzoek doet in de experimentele psychologie aan de Universidade de São Paulo in Brazilië.

Aan het onderzoek deden zeventien honden mee afkomstig uit de buurt van de Engelse stad Lincoln. Albuquerque en haar team voerden twee ronden van experimenten uit met de honden in hun laboratorium.

Hondentests

In de eerste serie proeven, werd elke hond voor twee schermen gezet waarop een afbeelding stond van een hond of een mens met een blije of boze gezichtsuitdrukking. De beelden werden vervolgens gecombineerd met verschillende geluiden: speels of agressief geblaf bij honden en een zin in een onbekende taal (Braziliaans-Portugees) die blij of boos werd uitgesproken bij mensen.

Als de afbeeldingen van zowel mensen als honden overeenkwamen met het geluid (bijvoorbeeld een hond met een vrolijke uitdrukking en speels geblaf) dan keken de honden langer naar het scherm dan wanneer de uitdrukking niet overeenkwam met het geluid.

Het feit dat de aandacht van de honden werd getrokken was een aanwijzing voor het feit dat de honden de emoties herkenden.

Wanneer de honden daarentegen een neutraal geluid hoorden, toonden ze weinig interesse, ze keken naar de ruimte waarin ze zaten in plaats van naar het scherm, wat een aanwijzing is dat de honden in de gaten hadden dat er geen sprake was van emoties.

Slimme pups

Volgens Albuquerque is het vermogen van honden om emoties te herkennen bij mensen en honden geen instinct en ook geen aangeleerd gedrag, maar een teken van cognitieve vaardigheden.

“De honden moesten informatie afleiden uit het geluid en die informatie vervolgens koppelen aan de afbeelding. Daarbij zijn zeer complexe psychologische mechanismen betrokken,” stelt ze.

Het team ontdekte tot hun verrassing dat de honden beter in staat waren om de emoties van hun soortgenoten te herkennen dan die van mensen.

“Dat is interessant,” vertelt Albuquerque, “omdat het logisch lijkt dat honden dus al in staat zijn om emotioneel contact te maken, en daarvan gebruikmaken en dat ontwikkelen in hun contact met mensen.”

Honden en mensen leven al circa 30.000 jaar naast elkaar en in die tijd lijkt het of de evolutie ervoor heeft gezorgd dat honden in staat te begrijpen wat de behoeften en emoties van hun baasjes zijn.

Je hart smelt

Albuquerque is van plan om verder onderzoek te doen naar de emotionele reacties van honden, en naar de manier waarop ze hun begrip van emoties inzetten bij hun contact met mensen.

Zo is er al onderzoek gedaan naar het feit dat honden hun baasjes waarschijnlijk zo goed kennen dat ze weten hoe ze die optimaal kunnen manipuleren.

Uit een onderzoek in oktober 2017 bleek dat honden een klassieke ‘zielige-puppy-blik’ opzetten (waarbij ze het binnenste deel van hun wenkbrauwen optillen om hun ogen groter te laten lijken waardoor die meer aan die van een jong dier doen denken), als ze mensen aankijken.

“Ze hebben zich heel goed aangepast aan mensen en menselijke emoties,” zegt ze.































Must-do op Curaçao: Beklim de Christoffelberg

 

Must-do op Curaçao: Beklim de Christoffelberg

De Sint-Christoffelberg is het dak van Curaçao: vanaf de top heb je een 360 graden uitzicht over het eiland. Maar daar moet je wel wat voor doen!

























Met zijn bescheiden 372 meter vormt Seru Christoffel, ofwel de Sint-Christoffelberg, niet alleen het hoogste punt van het eiland maar ook de derde hoogste top binnen het Koninkrijk der Nederlanden. Van ver zie ik de groene berg al liggen, in het noordwestelijke puntje van Curaçao.

Ik besluit als fijne, sportieve afwisseling op het vele luieren op paradijselijke witte stranden, het dak van Curaçao te trotseren. Mijn vriend Robin komt al heel zijn leven op Curaçao: hier liggen zijn roots. Hij bracht hier de eerste drie jaar van zijn leven door, waarna hij naar Nederland verhuisde. Zo vaak hij kan bezoekt hij Curaçao, maar nog nooit heeft hij de Christoffel beklommen. Zijn neefje Viggo, die hier woont, is met ons mee, samen met zijn vriend Djai.



























We starten ons avontuur door met de auto de groene route in het Christoffelpark te volgen, tot we een kleine parkeerplaats bereiken. Een gemoedelijk paadje voert ons langzaamaan te voet de berg op. Dit lijkt een eitje. Om de hitte te vermijden zijn we expres zo vroeg mogelijk vertrokken, maar vroeg op Curaçao kent toch een iets andere betekenis en de hitte haalt ons al snel in, terwijl het pad alsmaar steiler wordt. Gelukkig zorgen een afwisselend wolkendek en de koele bries van de Noordoostpassaat voor wat welkome verkoeling.

We hiken, klimmen en klauteren langs reuzencactussen en rotsformaties steeds dichter naar de top. De vergezichten reiken steeds verder en de begroeiing wordt dichter en groener naarmate we stijgen. Het echte klauterwerk start vlak voor de top, waar we met handen en voeten langs de rotsen omhoog moeten klimmen. De rotspartij eindigt in een nauwe rotsspleet, waar we ons doorheen moeten wurmen. Ik steek mijn hoofd boven de rotsen uit en vang direct de harde wind in mijn haren. We zijn op de top van Christoffel!










Met zijn vieren staan we te staren: de top biedt een panoramisch uitzicht over het eiland. Voor het eerst tijdens de wandeling is het stil. De zon breekt uit het wolkendek en glijdt als een spotlight over Curaçao. Wat is het eiland eigenlijk groen, vanaf hier bezien. We zoeken een plek op de rotsen, waar we gaan zitten om uit te puffen en te genieten van het uitzicht. Djai, die al zijn hele leven op het eiland woont maar eveneens nog nooit de Christoffel had beklommen, zegt dat hij geen idee had dat het eiland zó mooi was. Dit is een andere kant van Curaçao, een kant die zelfs veel Curaçaoënaars niet kennen. 
























woensdag 27 oktober 2021

Op zoek naar het ware Curaçao

 

Op zoek naar het ware Curaçao

Daphne Bunskoek reisde naar de Antillen en ging er op zoek naar het ware Curaçao.


Op het bordje van sloophout lees ik dat ik goed zit. ‘Tortuga Trail’ staat er. Nadat ik omhoog ben geklauterd via een touw en een geïmproviseerde trap, bewandel ik het pad dat me naar de rand van de ruige noordkust van Curaçao brengt – en met enig geluk ook naar de zeeschildpadden. De lucht is strakblauw, de sterke, warme wind blaast door de metershoge kadushicactussen. Zover het oog reikt strekken scherpe rotsformaties van verkalkt koraal en vulkanisch gesteente zich voor me uit. Golven slaan spectaculair stuk op de rotsen. Dichter bij zee zitten twee mannen die met verse krab grote vissen vangen uit het water tientallen meters beneden hen. Als de een beet heeft, haalt de ander de buit binnen door een dreganker te gooien waaraan de vis vastgespiest en omhooggetrokken wordt. De kunst is hier niet het vangen, maar het binnenhalen van de buit. Groeten doen de mannen niet. Wel wordt er gesproken over een geheimzinnig dodelijk ongeval, jaren geleden. Iets met de rotsen, een valpartij, een echtgenoot en een net afgesloten levensverzekering. Je kunt het je hier voorstellen.
Ik bevind me halverwege het eiland bij Boca Ascencion. Een gebied dat naar het noorden overloopt in nationaal park Shete Boka, met negen vergelijkbare baaien met elk zijn eigen indrukwekkende staaltje natuurgeweld. De kustlijn van het park beslaat meer dan tien kilometer, en in de uren die ik er rondrijd en wandel kom ik nauwelijks andere bezoekers tegen. Aangrenzend ligt het bekendere Christoffelpark met het hoogste punt van Curaçao, de 375 meter hoge Christoffelberg.
Rosa van Frente Al Mar verwent haar gasten met authentieke gerechten, zoals verse rode snapper.
Rosa van Frente Al Mar verwent haar gasten met authentieke gerechten, zoals verse rode snapper.

Het is mijn tweede bezoek aan Curaçao. De eerste keer deed ik wat de meeste toeristen doen en waarvoor ze ook de reis naar de Antillen ondernemen: bijkleuren op het strand, snorkelen langs koraalriffen en boekjes lezen in de schaduw van een palmboom. Curaçao, twee keer zo groot als Terschelling, is een laagdrempelig eiland. Als je wilt, kan alles hier zoals het thuis gaat: Nederlands spreken, Nederlands eten, Nederlands bier drinken, er zijn Nederlandse kranten, in de auto klinkt de Nederlandse radio en als je niet uitkijkt, sta je ineens bij een concert van een Nederlandse volkszanger. Contact met de lokale bevolking is er dan nauwelijks. Verraderlijk on-Nederlands is de tropische zon in combinatie met de verkoelende zeewind. Zodoende herken je veel Nederlanders dan ook aan hun roodverbrande lijven. Afijn, die kant van het eiland kende ik dus al. Dat contact is nu, tijdens mijn tweede bezoek, juist waarnaar ik op zoek ben. En ik wil die ‘andere kant’ graag zien en beleven. Daarom laat ik de stranden ten oosten van Willemstad rond de Jan Thielbaai voor wat ze zijn en volg ik de weg naar Westpunt, noordwaarts. Op zoek naar die zeeschildpadden dus.

Wie het vliegveld Hato passeert, reist een andere wereld binnen. De natuur is er wilder, de bomen hoger, er is meer groen en vooral: er zijn hier veel minder mensen. De noordkust van Curaçao kan onder de bijna vier miljoen toeristen die het eiland jaarlijks bezoeken rekenen op beduidend minder aandacht dan de zuidkust. Ook de meeste van de 137.000 eilandbewoners komen er niet of nauwelijks. Aan deze kant zijn er geen stranden, je vindt er bijna geen bebouwing, af en toe staat ergens verdwaald een huisje, in de verte zie je wat windmolens. De wegen zijn hier paadjes, hobbelig en kronkelend tussen de knoek (platteland).

Het ziet er woest en aantrekkelijk uit. Links van mij stroomt het water zo’n 500 meter landinwaarts. Van waar ik sta spot ik na enkele minuten vijf waterschildpadden die zich in deze betrekkelijk veilige haven tegoed doen aan het overtollige zeewier. Hun enige vijanden zijn hier schijnbaar de Chinezen, want in enkel de Chinese taal wordt op grote borden aangegeven dat je de schildpadden niet mag meenemen. Althans, dat maak ik op uit de tekeningen die de tekst vergezellen.

Ik hobbel terug naar de ‘weg naar Westpunt’ en vervolg mijn rit gadegeslagen door de traag bewegende, groene leguanen die zich prima thuis voelen in dit weinig genereuze landschap. Ik zie ze zich beminnelijk vasthouden aan cactussen, zonnebadend op de rotsen, maar nog vaker zie ik ze platgereden op de weg. Op de meeste Caribische eilanden zijn de leguanen een beschermde diersoort. Niet op Curacao. Dat weten ook de warawara’s, de plaatselijke roofvogels die lui over de wegen stappen, na elke passerende auto zoekend naar een smakelijke roadpizza.

Wie in het westen van Curaçao richting westpunt rijdt, komt langs landhuis Ascension, een van de ...
Wie in het westen van Curaçao richting westpunt rijdt, komt langs landhuis Ascension, een van de oudste plantagehuizen. Een zandweg brengt de bezoeker naar de ruige kustlijn.

Ik heb een afspraak met Tirzo Martha, volgens mij een van de meest getalenteerde kunstenaars van het eiland. Hij woont op een heuvel in de buurt van Cas Abou, waar tekkels en fox terriërs rond het huis rennen (onderdeel van een sociaal adoptieprogramma van zijn vrouw) en van waaruit hij een prachtig uitzicht heeft op de lager gelegen huizen en het groene dal.

Martha is ervan overtuigd dat kunst veel kan betekenen voor de nieuwe generatie van Curaçao, maar, vertelt hij: ‘Je echt uiten hier op het eiland is voor veel mensen een groot probleem. Alles is gericht op de buitenkant. De binnenkant houden we liever voor onszelf. Praten is slechts één vorm van communiceren. Via kunst leren we onszelf beter kennen.’

Maar omdat er vrijwel geen basis was op Curaçao om je toe te leggen op de kunsten, richtte hij in 2006 samen met kunstenaar David Bade Instituto Buena Bista, op, een vooropleiding voor jonge Curaçaoenaren die in het buitenland een kunstopleiding willen volgen. ‘We moeten op zoek naar onze identiteit. We zijn zoveel meer dan ons slavernijverleden en onze huidskleur – die bepalen toch niet wie we zijn?’

Een groot schilderij met de tekst ‘The difference between me and black’ onderstreept zijn woorden. Er is een zwart, Afrikaans masker op bevestigd, op een Hollands aandoend gehaakt wit kleedje. Met zijn kunst wil Tirzo inzicht bieden in de complexe  structuur van de Curaçaose maatschappij. Overal in het huis hangen of staan zijn grote, kleurrijke werken. Er is op geschilderd, getekend, er zijn flesjes rum op getaped, een rij gekleurde bezems door het doek gestoken. Aan de achterkant hangen kluwen snoeren of verfrommelde kranten. ‘Zo is het ook bij Curaçaoenaren; de voorkant is netjes en gepolijst en aan de achterkant is het een rommeltje,’ zegt hij met een brede lach.

Die nette en gepolijste voorkant kom ik ook tegen als ik die avond rondloop door de straten van de wijk Otrobanda, letterlijk ‘de andere kant’ van het centrum van Willemstad. Alle huizen lijken pas geverfd en zelfs de meest onooglijke bouwval is van een lik pastelverf voorzien. Dat blijkt het werk van onder anderen Kurt Schoop, een van de betrokken bewoners uit de wijk die de wandeling deze avond hebben georganiseerd om te laten zien hoe de wijk is opgeknapt.

De wijk Otrobanda in Willemstad.
De wijk Otrobanda in Willemstad.
FOTO VAN DAVID DE JONG

De kleuren van de huizen die zo kenmerkend zijn voor het eiland kennen trouwens een geestige geschiedenis. Albert Kikkert,  in 1816 benoemd tot Gouverneur-Generaal van Curaçao, vaardigde een decreet uit dat de witgekalkte huizen op het eiland zo snel mogelijk in pasteltinten geverfd moesten worden. Het wit van de gekalkte huizen zou tot blindheid leiden en voor algehele gezondheidsproblemen zorgen. Toen deze grote operatie was voltooid, werd pas duidelijk dat Kikkert de eigenaar van de enige verffabriek op het eiland was. De doctrine van Kikkert geeft nog steeds elk bouwval kleur.

Voor zijn werk kwam Schoop zo’n tien jaar geleden in Otrobanda terecht, en hij was op slag verliefd op de mensen en hun levensinstelling. ‘De relaxte sfeer die hier heerst aan de ene kant en de daadkracht van de bewoners aan de andere, trok me enorm aan. Ik voelde me gelijk thuis.’ Destijds waren de meeste huizen in Otrobanda verkrot en criminaliteit vierde er hoogtij. Samen met buurtgenoten verfde Kurt de leegstaande panden, werden afvaldumpplekken midden in de wijk omgetoverd tot kinderspeelplaatsen en is de veiligheid door middel van betere verlichting en buurtbewaking enorm verbeterd. En nu is hij eigenaar van drie aaneengeschakelde panden in de Ferdinandstraat die hij grondig verbouwde en verhuurt aan toeristen en stagiares.  Het liefst had hij het hele complex in zijn favoriete kleur geschilderd, aquablauw, maar zoals de geschiedenis dicteert kleurde hij het middelste huis in een andere kleur: oudroze.

De volgende ochtend zet ik mijn wandeling door Willemstad voort. De binnenstad staat sinds 1997 op Unesco’s werelderfgoedlijst. Dat was duidelijk geen garantie voor het behoud ervan, en het is te danken aan bewoners als Kurt Schoop en Jan Peltenburg, naar wie ik op weg ben, dat die binnenstad weer leefbaar is.

Kleurrijk is Curaçao zeker: van turquiose in de zogeheten ‘blawe kamer’ en de pasteltinten in Willemstads ...
Kleurrijk is Curaçao zeker: van turquiose in de zogeheten ‘blawe kamer’ en de pasteltinten in Willemstads opgeknapte wijk Pietermaai tot bonte vegetatie in het bekende Christoffelpark.

Ik loop van Otrobanda, over de Pontjesbrug, met het uitzicht op de kleurige panden aan de Handelskade, via Punda naar Pietermaai. Peltenburg verhuisde circa dertig jaar geleden naar Curaçao, en inmiddels is ook hij bezig de bouw van zijn eigen huis in Pietermaai te voltooien. In deze wijk vestigden zich in de 18de eeuw kapiteins en eigenaren van de grote schepen. Zij wilden wel in Willemstad wonen, maar liever buiten de destijds bedompte, dichtgebouwde binnenstad. In de jaren ’80 en ’90 werd Pietermaai vervolgens bevolkt door drugsverslaafden, zwervers en prostituees, en geen Curaçaoenaar die eraan dacht hier te gaan wonen. Peltenburg voelde zich wel aangetrokken door deze ‘spookstad’ en samen met twee vrienden knapte hij meer dan veertig panden op in de binnenstad van Willemstad. ‘De zaken die ik hier heb kunnen uitproberen,’ vertelt hij, ‘dat was in Nederland nooit mogelijk geweest. Op Curaçao kun je nog creatief omgaan met de regels.’

Inmiddels is Pietermaai een opkomende, hippe buurt, waar je voor het eerst sinds jaren je hotel uit kunt lopen om een drankje te drinken of een hapje te eten. ‘Je hebt hier geen grote materiële behoeften. Het leven speelt zich buiten af, en het is onmogelijk je hier af te sluiten voor de wereld.’ Dat bevalt hem zichtbaar goed.

Als ik terug kom bij mijn huurauto, zie ik een feloranje sticker op mijn raam geplakt waarop te lezen valt: ‘E tin klem di wil Pega.’ Zelfs met mijn bescheiden kennis van het Papiaments is het me snel duidelijk: een wielklem. De conclusie dringt zich op dat men hier niet met alle regels creatief omgaat. Ik vrees een eindeloos wachten, maar na tien Hollandse minuten ontdoen twee alleraardigste mannen mij van de last en ben ik weer op weg.

Ik zet koers naar een van de vele gratis toegankelijke stranden aan de zuidkant van het eiland richting westpunt, die in het weekend vooral door Curaçaoenaren worden bezocht om bij te kletsen en te barbecueën. Ik ga op bezoek bij Captain Goodlife, die het tot zijn levenswerk heeft gemaakt toeristen met zijn eigen bootje naar de mooiste plekjes van Curaçao te varen. In grote zwierige letters staat over zijn gehele rug ‘Santa Cruz’ getatoeëerd, de naam van het strand waar links op een smalle strook tegen een rotsachtig heuveltje zijn levenswerk ligt: het enige huis in de baai, dat hij erfde van zijn vader en dat hij sinds 1991 aan het renoveren is.

Binnen is het een bonte verzameling van gedroogde kreeftenskeletten, een 3D-afbeelding van het laatste avondmaal, zelf geknutselde spinnen aan het plafond en een open keuken waar zijn naar eigen zeggen befaamde oranje frieten al 120 duizend keer werden geserveerd.

Op Curaçao wordt vrij relaxed omgegaan met de verkeersregels.
Op Curaçao wordt vrij relaxed omgegaan met de verkeersregels.

Henri Juni Obersi, de echte naam van Captain Goodlife, praat graag en veel. Vooral over zichzelf maar ook over zijn liefde voor Hugo Chavez, over de kleine, blauw gekleurde mozaïektegels (gekregen van mijnheer Wang die hij redde van de verdrinkingsdood) en over zijn dochtertje Antonella Victoria die op 3-jarige leeftijd stierf aan leukemie. Hij heeft vijf kinderen bij drie verschillende vrouwen. ‘Er was een weg, ze konden weg en ze gingen weg.’

We gaan op pad naar Boca Fluit, de blauwe kamer, en Playa Pretu, het zwarte strand. ‘Een experience’ in zijn eigen woorden. Voor zo’n twintig dollar per persoon vaart hij ons in tien minuutjes naar één van de mooiste duiklocaties van Curaçao. Nadat we aan boord onze snorkeluitrusting hebben aangetrokken,  zwemmen we vijf meter onder water en komen omhoog in de grot die zo’n honderd vierkante meter beslaat. Niet iedereen ervaart die zwempartij als prettig en met opkomende gevoelens van claustrofobie verlaten sommigen de grot net zo snel als ze gekomen zijn.

Kijkend naar de ingang zorgt de weerspiegeling van de zon in het water voor een stralende, blauwe gloed. De silhouetten van de medereizigers met hun snorkels en de scholen vissen in het waanzinnig heldere, turquoise water zorgen voor een prachtig, poëtisch beeld. Ik geniet stiekem ook van de rust nu Captain Goodlife zijn verhalen voortzet aan de andere kant van de rots, tegen de enkeling die is achtergebleven op de boot.

Na een halfuurtje meditatief rond te hebben gedobberd varen we langzaam terug. We zwemmen wat bij het zwarte strand en snorkelen rond een gezonken boot van zo’n twintig meter lang waar een kleine betonnen piramide is bijgezet. Het bevat de as van zijn overleden dochtertje. Zijn droom is dat hier honderden piramides gestort zullen worden, waarop koraal zal groeien zodat dit een van de mooiste begraafplaatsen ter wereld wordt. In zijn familie stroomt Libanees  en Cubaans bloed en ook Bonairiaans en Dominicaans. Maar Curaçao is de plek om zulke dromen uit te laten komen en de liefde voor het eiland zit diep. ‘Er is geen plek op de wereld waar we vrijer zijn dan hier. Ik geef mijn leven voor Curaçao,’ zegt hij niet zonder enig gevoel voor dramatiek.

Ik rijd voor de laatste keer voor mijn vertrek over het eiland, raampje open, op de radio een wedstrijdverslag in zangerig Nederlands. Een oudere tegemoetkomende automobilist steekt bij wijze van richtingaanwijzer zijn hand uit het raam. Ik denk aan de woorden van een van Curaçao’s populairste schrijvers, Boeli van Leeuwen. Eind jaren ’80 benoemde hij de essentie van de Curaçaoenaar als volgt: ‘Wij zijn een volk van ongedisciplineerde, inventieve, natuurlijk begaafde mensen, die op geen enkele manier gebundeld kunnen worden tot een regiment. All chiefs, no Indians.’

Ik heb nu een paar van die chiefs ontmoet, en mijn verblijf op Curaçao smaakt naar meer. Wie de tijd neemt het eiland te ontdekken en de mensen te leren kennen. wordt beloond met een ongekende schoonheid, kracht en diversiteit. Ik heb het gevoel dat onze voorzichtige eerste kennismaking is omgezet in vaste verkering. Ik zet de radio wat harder en steek mijn hand uit het raam. Op naar de andere kant.