dinsdag 11 april 2017

Vechtende vredesduiven

Amerika slaagt er maar niet in om oorlog te vermijden

Vechtende vredesduiven

Van de Founding Fathers tot president Trump: al eeuwen willen de Amerikanen oorlogen in het buitenland zo veel mogelijk vermijden. Maar aan dat voornemen weten ze zich slecht te houden. Hoe komt het dat de VS zich toch zo vaak op het slagveld waagt?
Japanse piloten lieten zich in 1941 te pletter vallen op de VS-vloot op Pearl Harbor. Dat trok Amerika WO II in.
President Woodrow Wilson had in de Eerste Wereldoorlog nog zo zijn best gedaan om de VS neutraal te houden. In 1916 werd hij na een campagne met de leuzen ‘He kept us out of the war’ en ‘America First’ opnieuw gekozen. De kiezers beloonden hem omdat hij, sinds de oorlog in 1914 uitbrak, geen partij had gekozen tussen de vechtende Europese landen. Maar in het voorjaar van 1917 was de maat vol. Duitse onderzeeboten hadden enkele passagiersschepen met Amerikanen naar de zeebodem gejaagd. En Duitsland probeerde de Mexicanen tegen de VS op te zetten. Genoeg redenen voor het Amerikaanse Congres om op 6 april 1917 de oorlog aan de Duitsers te verklaren. Een eeuw geleden stak daarom voor de eerste keer een Amerikaans leger de oceaan over om in een groot internationaal conflict te vechten.
Overal en op elk moment in de geschiedenis vind je voor- en tegenstanders van oorlog. Maar de Verenigde Staten zijn een geval apart. Al sinds de oprichting van het land is er een sterke beweging die voor non-interventie is en tegen vechten in het buitenland. En toch raakten de Amerikanen verzeild in beide wereldoorlogen en in conflicten in Vietnam, Afghanistan en Irak. Hoe kan het dat de VS, ondanks het voornemen om geen oorlog te voeren, zo vaak op het slagveld te vinden is?

Amerika is anders

Nadat Amerika zichzelf in 1776 onafhankelijk verklaarde, zette het zich af tegen Europa. De VS kreeg een verkiesbare president, terwijl in Europa de lakens nog werden uitgedeeld door koningen en keizers. Die koloniseerden de rest van de wereld, iets dat Amerika niet deed. Het had zelf gezucht onder de Engelse kolonisten, die alleen belastinginkomsten wilden zien en lak hadden aan het Amerikaanse volk. Ook zou het nieuwbakken land verre blijven van al het gekonkel tussen Europese landen. Hun geruzie liep telkens uit op oorlog.
De eerste president, George Washington, zei dat Amerika handelsrelaties moest aanknopen met andere landen, zonder daarbij politieke verbintenissen te maken. John Quincy Adams, die president was van 1825 tot 1829, zei dat Amerika niet ‘op jacht gaat in het buitenland om monsters te verslaan’. En als er Europese landen in Washington aanklopten voor steun tegen een of andere vijand, dan antwoordde de VS beleefd: dat doen we niet.
Amerikanen planten hun vlag op Iwo Jima, een eiland dat ze in 1945 op Japan veroverden. Deze foto werd voor de VS een icoon voor hun strijd tegen oorlog en onrecht.
De Founding Fathers, de leiders die de VS als piepjong land vormgaven, konden hun standpunt tegen buitenlandse interventie nog prima volhouden. De VS had zijn handen vol aan de eigen opbouw. Als er al gevochten werd, was dat tegen de Engelsen, de Spanjaarden of de indianen op het Amerikaanse continent. Het contact met de rest van de wereld was beperkt. De kans dat Amerikanen in het buitenland in gevaar kwamen, was klein.

Meegezogen met de rest

Maar als je eigen burgers gedood worden, of als je eigenbelang in gevaar komt, wordt de roep om mee te vechten steeds sterker. In de vorige eeuw kreeg Amerika een steeds grotere rol in de wereld. Daardoor werd het moeilijker om langs de zijlijn toe te kijken hoe de rest van de wereld met elkaar op de vuist ging. Toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak en de berichten over de gruwelijke Europese veldslagen de VS bereikten, werd de anti-oorlogsstemming in de Verenigde Staten sterker. Maar Amerika was afhankelijk van de handel met Europa. Daardoor werd het land mee­gezogen in het conflict. Eerst stokte, door de zeeblokkades van de Britten, de Amerikaanse handel met Duitsland en Oostenrijk. Toen probeerden de Duitsers op hun beurt de Britse handel lam te leggen. Begin 1915 noemden de Duitsers alle schepen rondom Groot-Brittannië en Ierland een legitiem doel voor de Duitse onderzeeërs, ook vracht- en passagiersschepen.
In mei 1915 joeg een U-boot de Britse oceaanstomer Lusitania naar de zeebodem. Onder de 1198 doden waren 128 Amerikanen. Terwijl de Duitsers de voltreffer vrolijk vierden, liep in Amerika de woede hoog op. Een onderschept telegram bracht de oorlogsstemming naar het kookpunt. In het bericht beloofde de Duitse minister van Buitenlandse Zaken aan Mexico financiële steun bij een eventuele oorlog tegen Amerika. En als het Mexico zou lukken om Amerikaans grondgebied te veroveren, dan mochten ze dat van de Duitsers houden. Zelfs president Wilson, die eerder de strijd wilde vermijden, zag geen andere keuze dan oorlog tegen de Duitsers. Hij stuurde twee miljoen soldaten naar Europa. De Duitsers werden verslagen door de geallieerden, mede dankzij de verse Amerikaanse troepen, en de Eerste Wereldoorlog was eind 1918 voorbij.

Japan onderschat

Amerika Ook toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak, gruwden de meeste Amerikanen van het idee om mee te vechten. De 53.000 VS-doden op de slagvelden van de vorige oorlog lagen nog vers in het geheugen. In 1940 beloofde president Franklin D. Roosevelt zich niet te mengen in de buitenlandse oorlog, waarna hij herkozen werd. Maar in 1941 bombardeerde Japan plots de Amerikaanse marinebasis Pearl Harbor. Japan dacht met deze verrassingsaanval de Grote Oceaan definitief te veroveren. De VS wilde vast geen oorlog voeren. Daar verkeek Japan zich op. De dag na de aanval verklaarde Amerika Japan de oorlog, vervolgens vocht het vier jaar onvermoeibaar door. Tegen Japan rondom de Grote Oceaan, maar ook tegen nazi-Duitsland in Europa. De zestien miljoen Amerikanen op de slagvelden waren onmisbaar voor de geallieerde overwinning.
President Woodrow Wilson vraagt in 1917 het Congres Duitsland de oorlog te verklaren.
Na de Tweede Wereldoorlog wilde Amerika ook buiten de grens vermeende gevaren aanpakken. De meeste presidenten zeiden, net als hun voorgangers, dat ze geen wapengekletter wilden. Maar zodra ergens communisten of islamitische terroristen opdoken, was de noninterventie ineens minder belangrijk dan het uitschakelen van deze vijanden.

Steeds weer oorlog

Dus stuurden de VS vanaf begin jaren zestig steeds meer troepen naar Vietnam om te voorkomen dat dat land in communistische handen viel. De Republikeinse presidentskandidaat in 1964, Barry Goldwater, wilde harder optreden tegen communistische Vietnamezen en speelde zelfs met de gedachte om kernbommen op het Aziatische land te gooien. Goldwater verloor, dik. Winnaar Lyndon B. Johnson beloofde de oorlog af te bouwen. Dat lukte niet. De strijd verliep slecht en Johnson wilde geen afgang. Daarom stuurde hij honderdduizenden extra militairen naar Vietnam. Amerika gaf pas in 1973 de strijd op.
In 2000 werd George W. Bush president. In zijn campagne beloofde hij het Amerikaanse leger minder in te zetten dan zijn voorgangers: ‘Ik wil niet de politieagent van de wereld zijn.’ Maar na de aanslagen van 11 september 2001 veranderde dat. Amerika bezette Afghanistan, omdat terroristenleider Osama Bin Laden daar verbleef. En twee jaar later nam Bush ook Irak in, dat volgens hem massavernietigingswapens verborg. Dat bleek niet te kloppen. Weer veranderde een president, die niet wilde vechten, in een oorlogspresident.

Vechten als oplossing

Voor Amerika ligt vechten meer voor de hand dan een eeuw geleden. Voordat het land zich in de Eerste Wereldoorlog mengde, had het een zwakkere strijdmacht dan veel Europese landen. Nu heeft Amerika het sterkste leger ter wereld. En als je sterker bent dan de rest, wordt een potje vechten al snel verleidelijk. Maar oorlog moet geen reflex zijn, waarschuwde president Obama in 2014 in een speech op een militaire academie: ‘Als je de beste hamer hebt, betekent dat nog niet dat elk probleem een spijker is.’
Politici van de partij PSP protesteerden in 1967 tegen de VS-Vietnamoorlog.
Hoe gaat het nu verder, nu Donald Trump president is? In zijn campagne haalde hij Wilsons leus ‘America First’ van stal (zie het kader ‘Lindbergh wil geen oorlog’). Met deze woorden benadrukte hij dat hij het leger alleen inzet als het in het directe belang van Amerika is. Hij zei dat hij Islamitische Staat wil bombarderen, maar zei niets over eventuele andere militaire plannen. Of Trump oorlog gaat voeren, is dus nog de vraag. De geschiedenis toont aan dat zelfs presidenten die schone handen wilden houden toch in grote oorlogen belandden.
Lindbergh wil geen oorlog
Nu zegt Donald Trump ‘America First’. Maar president Woodrow Wilson gebruikte die leus in 1916 als eerste, om duidelijk te maken dat hij het land niet in de Eerste Wereldoorlog zou storten. In de Tweede Wereldoorlog werd ‘America First’ opnieuw de leus van Amerikanen die hun land buiten de oorlog wilden houden. In september 1940 richtten rechtenstudenten van Yale University het America First Committee op. Dat kreeg zo’n 800.000 leden, met Charles Lindbergh als bekendste woordvoerder. Lindbergh, die in 1927 als eerste mens solo over de Atlantische Oceaan vloog, was een grote volksheld in Amerika. In een toespraak zei hij dat de VS-regering samenspande met de Britten en de Joden om de Amerikanen in de oorlog te storten. Lindbergh werd beschuldigd van antisemitisme en zou ook Duitse sympathieën hebben. Toen Amerika in de Tweede Wereldoorlog betrokken raakte, bleef niets van de antioorlogsstemming over. Drie dagen na de aanval op Pearl Harbor werd het America First Committee opgedoekt.

Groentjes moesten oefenen

In de Eerste Wereldoorlog was het Amerikaanse leger nog niet de ervaren oorlogsmachine van nu. Toch was het belangrijk voor de overwinning op Duitsland. De Amerikanen verbaasden de wereld met de snelle opbouw van het leger. Toen de VS de de oorlog verklaarde aan Duitsland, in april 1917, telde het slechts 200.000 man. Razendsnel nam Amerika miljoenen rekruten aan. In net zo’n hoog tempo ging het schepen, vliegtuigen en ander wapentuig maken. De eerste VS-troepen kwamen in juni 1917 in Frankrijk aan. Omdat het groentjes waren, werden ze eerst door de Fransen en Britten getraind.
Pas in oktober gingen de Amerikanen de Europese slagvelden op. Succesvol waren ze nog niet, want generaal John Pershing liet zijn troepen massale frontale aanvallen uitvoeren op de Duitse loopgraven. Zulke aanvallen bleken pure zelfmoordacties. De oorlog was vooral een uitputtingsslag, maar uiteindelijk veroverden de geallieerden terrein. Vanaf augustus 1918 behaalden ze, mede dankzij de Amerikanen, een reeks overwinningen in het noorden van Frankrijk.
Op 11 november 1918 zagen de Duitsers zich gedwongen om de vrede te tekenen.

Schip lijkt onkwetsbaar

De torpedo creëerde een anti-Duitse stemming in de VS.
De torpedo creëerde een anti-Duitse stemming in de VS.











De zee rondom Groot-Brittannië was levensgevaarlijk in 1915. Duitse onderzeeërs hadden de jacht geopend op alle Britse schepen, inclusief vracht- en passagiersschepen. Maar de passagiers op het enorme Britse schip Lusitania hoefden zich weinig zorgen te maken. Kapitein William Turner legde ze uit dat het schip dubbel zo snel voer als de U-boten. Over de radio werd Turner gewaarschuwd dat Duitse U-boten bij de Ierse zuidkust waren. Hij liet de lichten dimmen en de reddingsboten klaar hangen. Maar het schip was kansloos tegen de Duitse torpedo die op 7 mei van zo’n zevenhonderd meter afstand werd afgevuurd. Het projectiel sloeg vlakbij de brug in. Binnen achttien minuten was de Lusitania gezonken. Niet meer dan 761 opvarenden wisten zichzelf in veiligheid te brengen, 1198 kwamen om het leven.

Biertje anders



Frituren, douchen, yogaën of ermee paren: de ongekende mogelijkheden van pils

Biertje anders

Trek een flesje bier open, thuis of in de kroeg, en giet de inhoud ervan in je keel. Lekker, maar wel een beetje saai, al zeggen we het zelf. Er zijn spannender dingen die je met bier kunt doen.
Als je roeien al een studentikoze sport vindt: bij de Beer Mile moet je rennen én bier achteroverslaan.
BEER MILE WORLD CLASSIC XXXXXX

Dubbel lekker ontspannen

Wat is nog relaxter dan een biertje aan je lippen hebben? Inderdaad: yogaën met een biertje aan je lippen.
Dat vinden althans de twee Berlijnse yogadocentes van Bieryoga.de. Deze twee houden van bier én van yoga. Dit leek hen een geschikte en ontspannen combinatie. Het flesje is onderdeel van de oefeningen. Het balanceert onder andere op je hoofd, zit geklemd tussen je knie en kin en wordt in je handen alle kanten op bewogen. Af en toe neem je een slok tussendoor, al dan niet in een moeilijke yogahouding. In een les van een uur worden gemiddeld zo’n twee flesjes bier verorberd. Voor bieryoga kun je helaas nog niet terecht in een sportschool. De Duitse dames geven hun lessen vooral in kroegen en op festivals en feestjes.
De neerwaartse drinker, een variant van de welbekende yogahouding ‘neerwaartse hond’.

Zuiprace

Wie zegt dat alcohol en sport niet kunnen samengaan? Om de Beer Mile te winnen moet je hard kunnen rennen én goed biertjes weg kunnen tikken. BeerMile-lopers rennen vier rondjes op de atletiekbaan. Elk rondje is 400 meter, of een kwart mijl. Aan het begin van elke ronde drinken lopers eerst een blikje bier van minstens 355 milliliter met tenminste vijf procent alcohol. Om aan te tonen dat het blikje echt leeg is, keren renners het boven hun hoofd om. Tijdens het rennen klotst al dat bier flink in je maag. Onprettig. Als je overgeeft lijk je dus in het voordeel, maar nee: je moet dan een extra rondje rennen. Zeven hardlopende studenten uit Canada bedachten deze bierloop in 1989. Eerst was die nog geheim, omdat een deel van hen te jong was om te mogen drinken. Het bleef niet erg lang geheim. Ook elders in Canada en in de Verenigde Staten doken Beer Mile-wedstrijden op. Tegenwoordig worden ze op elk continent gelopen. Zelfs professionele atleten hebben zich aan de biermijl gewaagd. Alle resultaten worden op de site beermile.com verzameld. Het wereldrecord staat op naam van de Canadese atleet Corey Bellemore: hij dronk en rende de mijl in vier minuten en 35 seconden.

Beneveld einde

Hoe jaag je slakken vredig de dood in? Door de dieren eerst in bier te dopen, ontdekten biologen van de State University of New York (VS). Met het kleine beetje alcohol in het bier verdoofden ze de slakken. Daarna dompelden de biologen ze in een bad met 95 procent alcohol. Dat deed de slakken de das om. De biologen zochten een zo vriendelijk mogelijk einde voor ongewervelde proefdieren. Voor het euthanaseren van gewervelde proefdieren bestaan allerlei regels. Maar voor ongewervelde dieren niet, op een paar uitzonderingen zoals inktvissen na. Volgens de biologen verdooft en immobiliseert bier slakken. Als ze hierna in hun doodsbad belanden, vertonen ze geen tekenen van pijn of ongemak. Normaal gesproken worden slakken meteen in het alcoholbad gedropt. Ze trekken dan heel snel hun voelsprieten in, scheiden slijm uit, poepen en kruipen weg in hun huisje. Dat doen ze niet als ze eerst in bier worden gedoopt. De dieren reageren na een verdoving met bier ook niet als de onderzoekers ze met een naald aanraken. Bier is goedkoop en je kunt het bijna overal krijgen. Maar een andere vloeistof met vijf procent alcohol werkt ook.

Verfrissend recept

Gewoon een flesje bier opentrekken en ervan genieten? Dat kan ook op andere manieren.
* Als je een paar dagen gaat hiken lust je ’s avonds best een biertje. Maar die zijn nogal zwaar om mee te sjouwen. De brouwers van Pat’s Backcountry Beverages uit Colorado (VS) hebben daar wat op bedacht. Zij brouwen een biertje met nauwelijks water erin, doordat het extreem geconcentreerd is. Hierdoor past het in een klein zakje. Krijg je zin in bier onderweg? Trek de zak open en doe er water met koolzuur bij. Koolzuur leveren ze in poedervorm, opgebouwd uit de stoffen citroenzuur en kaliumbicarbonaat. Opgelost in water ontstaat koolzuur.
Bier heeft op slakken een verdovende werking.
Bier heeft op slakken een verdovende werking.










Proost!
* Pannenkoeken met bier of kaasfondue met bier, dat was de Texaan Mark Zable niet gek genoeg. Hij wilde bier wel een keertje frituren. Zable maakte van pretzeldeeg zakjes die op ravioli leken, en goot daar vervolgens wat bier in. Hij plakte de zakjes dicht en gooide ze hierna in het vet.
Met dit alles won Zable in 2010 op de State Fair van Texas de prijs voor het creatiefste recept.
Arm bierflesje. En arme kevers: deze poging tot paren met de fles wordt hun dood.
* Je bent op een feestje en bent inmiddels een tikje aangeschoten. Je hebt een biertje vast en staat naast een ijsmachine. Wat doe je dan? Juist: je giet het bier in de ijsmachine. Zo kwam Ari Fleischer uit Amerika op het idee om bierijs te maken. Het resultaat? Dat beviel hem wel. En andere Amerikanen kennelijk ook, want inmiddels kun je uit liefst zeven smaken Frozen Pints kiezen. Helaas alleen in Amerika. En ja, je kunt er dronken van worden, als je een beetje dooreet. Het alcoholpercentage in het bierijs varieert van één tot 3,2 procent.
Mannetjes van een keversoort uit Australië worden hitsig van lege, bruine bierflesjes

Biertoppers

Met bier kun je prima records vestigen. Zelfs zonder dronken te worden.
* De IJslander Hafthor Björnsson houdt wel van gooien met bier. Of beter gezegd: met biervaten. In 2014 zette hij het wereldrecord ‘zo hoog mogelijk een fust bier in de lucht gooien’ op zijn naam: 8,05 meter hoog. Vermoedelijk was het fust wel leeg. Het ding woog ‘slechts’ 12,32 kilogram. Voor vrouwen staat het record fusthoogwerpen op 3,90 meter.
* Ben jij al trots als je in de kroeg vijf biertjes in één keer draagt? De Duitser Oliver Strümpfel droeg in 2014 liefst 25 literpullen bier in één keer over een afstand van veertig meter. Met deze prestatie sleepte hij het wereldrecord bierdragen in de wacht. Na veertig meter zette hij alle pullen netjes op tafel zonder ook maar een druppel te morsen. Bij vrouwen staat dit record op negentien pullen.
Als hond wil je ook weleens iets anders dan water uit de kraan.
* Geen zin om je het leplazerus te sjouwen of te gooien? Dan kun je nog altijd proberen het record biertjes tappen te verbreken. Sinds 2006 is dit in handen van de Duitser Achim Gratias. Hij tapte in een uur 1437 glazen vol.

Lekker flesje

Voel je ooit de behoefte om het seksuele gedrag van de vier centimeter lange prachtkever Julodimorpha bakewelli te onderzoeken? Lok hem dan met bierflesjes. Let op: de flesjes moeten bruin zijn. Daar hebben deze Australische kevers nogal de hots voor, ontdekten onderzoekers van de University of Toronto (Canada) per toeval. Zij deden in de jaren tachtig veldonderzoek in het westen van Australië. Aan de kant van de weg zagen ze iets vreemds. In de berm lagen bierflesjes. Vlak daarboven cirkelden opvallend veel mannelijke prachtkevers.
Volgens de onderzoekers waren de mannetjeskevers niet onder de indruk van de inhoud van de flessen (die waren leeg), maar van de flessen zelf. Enkele van de kevers landden op de flesjes en probeerden ermee te paren. Bruine bierflesjes lijken sprekend op de vrouwtjes van de keversoort, aldus de biologen, maar dan in een reusachtig formaat.
Het is misschien goed voor je huid, maar of je lekker gaat ruiken na een bierbad?
STARKENBERGER
De mannetjes? Die vergisten zich gewoon. Al snel bleek het een dodelijke vergissing. De kevers gingen net zo lang door met hun paarpogingen tot ze uitdroogden en stierven in de Australische zon.

Hondennat

Er zijn baasjes die hun hond meer zien als mens dan als huisdier. Ze kleden ze bijvoorbeeld fraai aan of geven ze bier.
Geen echt bier natuurlijk, maar hondenbier. Behalve de naam, en een klein beetje gerst op de ingrediëntenlijst, zijn er weinig overeenkomsten met echt bier. Het bier voor honden bevat geen alcohol en geen koolzuur. Als baasje moet je het ook niet koud schenken. Hondlief drinkt zijn ‘bier’ het liefst op kamertemperatuur. Aan het hondenpils zitten, afhankelijk van merk en soort, smaken als kip en rund. Volgens de Belgische makers is hun Snuffle Dog Beer vooral ‘emotioneel gezien’ een biertje. Mannen drinken bier met vrienden om speciale momenten te delen, aldus de Snufflebrouwers. Ze lachen, ze huilen en ze discussiëren samen onder het genot van het gouden vocht. Dat kan dankzij hondenbier nu ook met je hondenvriend.
DIETER TELEMANS/HH

Douchen en drinken

Je kunt je biertje gewoon op de bank achterover slaan. Maar waarom niet onder de douche? Het Zweedse reclamebureau Snask gaf in januari 2017 samen met de bierbrouwer Pangpang een speciaal douchebiertje uit. Handig, dan kun je vast indrinken terwijl je je klaarmaakt voor een avondje uit. Wat er anders is aan Shower Beer dan aan een gewoon biertje? Het flesje van 180 milliliter is extra klein, zodat het bier in drie slokken op is, voordat het te veel opwarmt onder het hete water. Gelukkig bevat het tien procent alcohol, zodat het toch dezelfde werking heeft als een biertje van normaal formaat. Het biertje kun je volgens de brouwer ook als conditioner gebruiken. Het was bedoeld als een eenmalige stunt, maar de makers overwegen het biertje nu vaker te produceren.

Bierbad

Of je heel fris ruikt na een bierbad is maar de vraag. Maar dat weerhoudt mensen er niet van om erin te duiken. Wil je dat ook proberen? Dan kun je natuurlijk je eigen bad volgieten. Daar gaat zo’n 140 liter in. Dat zijn 19,4 kratten (ofwel 466 flesjes). Je kunt ook naar een bierzwembad afreizen. In de kelder van de Starkenbergerbrouwerij in Oostenrijk vind je het allereerste bierzwembad ter wereld. Het bestaat niet uit puur bier, maar bevat 12.000 liter water en 300 liter droesem. Droesem is het bezinksel met gist dat tijdens het brouwen neerslaat. Volgens de brouwerij heeft droesem een helende werking op je huid. Onderzoekers van de Technische Universität München stellen dat er in dit residu veel polyfenolen zitten. Dat zijn plantaardige verbindingen die een antibacteriële werking hebben en ontstekingen tegengaan, aldus de onderzoekers. Bij huidaandoeningen zou een bierbad dus inderdaad helend kunnen werken. Ook in Duitsland en Tsjechië kun je terecht voor dergelijke bierspa’s.

Behouden brouwsel

Belgen houden niet van bier, ze bewónderen het. En dan vooral hun eigen brouwsels. Reden genoeg voor de Belgen om Unesco in 2016 over te halen hun biercultuur tot cultureel immaterieel erfgoed te verklaren. In België worden bijna 1500 verschillende soorten bier gemaakt. De meeste daarvan zien het levenslicht in kleine brouwerijen waarvan je een deel in trappistenkloosters kunt vinden. Elk biertje heeft zijn eigen recept en zijn eigen geschiedenis. Kennis wordt overgedragen van de ene generatie op de volgende. Maar ook als je geen brouwers in je familie hebt, kun je de brouwkunde meester worden. Veel brouwers geven er cursussen voor amateurbierbrouwers. De Belgen willen hun biercultuur in de schijnwerpers houden met de benoeming tot immaterieel cultureel erfgoed.
Zo hopen ze de bierliefde, de kennis en vaardigheden van de Belgische biergemeenschap te behouden. Dat is misschien wel nodig ook, want de Belgische interesse in bier lijkt af te nemen. De Belgen drinken sinds de jaren zeventig in elk geval steeds minder bier. In 2003 klokte een Belg gemiddeld nog 96 liter bier per jaar weg. In 2015 stonden ze met 71 liter per persoon nog slechts drie liter boven Nederland. Gelukkig voor de Belgen stijgt de vraag naar Belgisch bier in andere landen juist wél.