donderdag 13 juni 2019

Keuzestress? Zo maak je wél de juiste beslissing.


Keuzestress?                                              Zo maak je wél de juiste beslissing.




Keuzestress? Zo maak je wél de juiste beslissing.
Keuzestress komt iedere dag voor. Want kiezen en beslissingen nemen is tegenwoordig lastiger dan ooit. Er wordt van je verwacht dat je op ieder gegeven moment knopen doorhakt. Zowel voor je werk, thuis, met betrekking tot je kinderen enzovoort. Welke taken doe je eerst? Wat ga je eten? Welke kleding draag je? Is het wijs om van energieleverancier te wisselen? Moet je je gsm-abonnement verlengen? Een andere baan zoeken? Verhuizen? Yoghurt van merk A, B, C, D of E kopen? Wel of geen iPad? Al die keuzes kunnen de nodige onrust en stress met zich meebrengen.
In deze blog leer je hoe je daar mee om kunt gaan.
Kiezen kost veel energie
Het afwegen van kleine en grote beslissingen vraagt veel brandstof van je brein. Onze hersenen gebruiken namelijk 20% van de totale energie in het lichaam. Zodra je worstelt met bepaalde keuzes, is het lastig om gefocust te blijven. Je wordt snel afgeleid om zelfs de meest basale taken uit te kunnen voeren. Volgens prof. Michael Useem van de University of Pennsylvania, is keuzes maken te vergelijken met het lopen van een marathon;
‘Je hebt er ook uithoudingsvermogen voor nodig.’
‘Je moet jouw keuze-techniek trainen.’
‘Het is nodig om vertrouwen te krijgen in de combinatie van emoties (vaak angst) en jouw ratio.’
Te veel keuzes
Keuzestress is een gevolg van de meerkeuzemaatschappij waarin je leeft. Best een luxe eigenlijk, maar soms ook lastig. Of niet? Zeker als je kijkt naar vroeger. Toen stond alles veel meer vast. Je werd bakker, dokter, huisvrouw of meester. Trouwde vervolgens, kreeg kinderen en werkte je leven lang bij dezelfde baas. Vandaag de dag ligt dat heel anders. Wat je kiest, dat ben je; bepaalt je identiteit. Je dromen realiseer jij. Dus jij beslist, bepaalt en maakt de keuzes. En dat is soms best moeilijk en lastig in een maatschappij waarin zeer veel valt te kiezen. Want, hoe weet je of je een goede keuze uit dat enorme aanbod aan mogelijkheden maakt? Dat kost tijd en energie en kan gepaard gaan met de nodige angst, twijfel en keuzestress, want wanneer hak je een knoop door?
De afgelopen jaren zijn er diverse onderzoeken gedaan naar keuzestress bij jongeren. Hieruit blijkt dat dit verschijnsel door verschillende factoren wordt gevoed. Welvaart, opvoeding, massamedia, maatschappelijke en sociale druk zijn de factoren die een rol spelen bij het ervaren van keuzestress onder jongeren.
Last van een dreigend dertigers dilemma?
Niet alleen jongeren hebben hier last van. Er bestaat ook zoiets als ‘Het dertigers dilemma’, een vervroegde midlifecrisis. Een midlifecrisis rond je dertigste (25 – 35 jaar). Ja, dat kan. Na je leven als flierefluitende twintiger breekt er een nieuwe levensfase aan. Ultieme levensvragen steken de kop op. Over je werk, relatie, levensstijl en persoonlijke zingeving. Je vraagt je af: Is dit alles? Gevoed door het idee dat je leven maakbaar is en de karrevracht aan keuzemogelijkheden slaat de twijfel toe. Wat kies je? En wat als het tegenvalt? Het gevolg: keuzestress. Je verkrampt. Wordt onzeker, onrustig en bent bang te falen.
Hoe herken je keuzestress?
De 5 meest voorkomende symptomen van keuzestress op een rij:
  • Onzeker zijn
Voel je je erg onzeker en twijfel je of je wel de juiste beslissing neemt? Malen de ‘wat als’ opties door je hoofd? Dan wordt het erg lastig om een definitieve keuze te maken. Wacht niet te lang, want anders kiest bijvoorbeeld een ander voor je. Word je daar gelukkig van? De kans bestaat dat het je zelfvertrouwen ondermijnt en de kans op keuzestress in de toekomst toeneemt.
  • Streven naar 100% zekerheid
Streef je altijd naar 100% zekerheid? Realiseer je dat dat niet bestaat. Daarbij kost streven naar 100% zekerheid heel veel tijd en energie. Bovendien zorgt het voor de nodige frustraties. Probeer je tijd en energie liever te stoppen in keuzes die echt belangrijk zijn dat zorgt voor minder keuzestress.
  • Kampen met uitstelgedrag
Durf je geen beslissing te nemen? Blijf je bijvoorbeeld eindeloos op internet zoeken? Weeg je telkens weer de verschillende ‘voors’ en ‘tegens’ af? Handig, maar meestal leidt het alleen maar tot nog meer spanning. Wellicht is het beter om jezelf een deadline te stellen waarbinnen je een beslissing moet nemen om je keuzestress te bepreken.
  • Je schuldig voelen
Moet je een keuze maken die ook gevolgen heeft voor een ander? Dat kan leiden tot keuzestress, omdat allerlei schuldgevoelens en zelfverwijten lange tijd aan je blijven knagen. Schud die gevoelens van je af en kies wat je het beste lijkt. Kijk niet terug, maar focus je op het hier en nu.
  • Bang om fouten te maken
Ben je bang dat je de verkeerde keuze maakt? Dat is nergens voor nodig, want iedereen maakt fouten. Dus waarom jij niet? Leer van je fouten en oordeel niet te hard over jezelf.
Vijf algemene tips om keuzestress te voorkomen
  1. Voorkom afleiding
Zeker in deze tijd van overprikkeling door de (social) media is het moeilijk om geconcentreerd te blijven. Op het moment dat je in jouw taak wordt onderbroken, duurt het ongeveer 15 minuten voordat je weer jouw oorspronkelijke focus kunt oppakken.
  1. Herken de signalen van jouw intuïtie
Iedere keuze die je maakt komt in eerste instantie vanuit jouw gevoel. Daarna ga je redenen bedenken om dat gevoel rationeel te rechtvaardigen. Luister goed naar jouw lichaam. Dat reageert namelijk direct en voortdurend op prikkels uit de omgeving: Wanneer je bijvoorbeeld een zucht van opluchting of een kramp in je buik voelt, weet je al dat daar een (onbewuste) reden voor is. Voelt het goed? En komt je verstand er niet tegen in opstand? Hak dan de knoop door en ga ervoor. En mocht het achteraf niet de juiste beslissing zijn? Leer ervan en doe er een volgende keer je voordeel mee. Blijf zeker niet dralen.
  1. Bouw structuur in je leven
Je oma zei het waarschijnlijk al: ‘Het draait in je leven om Rust, Reinheid en Regelmaat’. Vooral die regelmaat is tegenwoordig bij veel mensen zoek. Door jezelf meer structuur te geven, hoeft je brein minder nieuwe keuzes te maken.
  1. Neem de tijd om met jouw vraag bezig te zijn
Gun jezelf de tijd om jouw keuze ‘te proeven’. Vraag niet te veel mensen om raad. Het is beter om eerst zelf vanuit jouw hoofd weer in je hart te komen. De belangrijkste vragen zijn daarbij: Waar word ik blij van?’ en ’Wat geeft mij energie?’ Neem op basis daarvan een beslissing. Je hoeft daarom ook niet langer dan een paar dagen met jouw dilemma rond te lopen. Anders loop je weer het risico dat je vervalt in uitstelgedrag.
  1. Jij staat aan het roer van jouw leven
Het is  tijd om de 4 ‘K-‘s’ achter je te laten. Stop met Klagen, Knokken, Kloeken (jezelf verantwoordelijk voelen voor anderen) en Krampen (wachten totdat het leven beter wordt). Neem honderd procent verantwoordelijkheid voor je eigen leven.
Kansen met keuzestress
  1. Ken je persoonlijke drijfveren
Kamp je met keuzestress? Dan wil en moet je alles uit het leven halen dat erin zit. Maar, dat is bijna onmogelijk. Dus moet je kiezen en dan slaat de twijfel toe. Je keuzemogelijkheden zijn oneindig. En kies je? Dan sluit je voor je gevoel andere opties uit. Om je keuzestress aan te pakken is het goed om je persoonlijke drijfveren te kennen. Waar wil je echt voor gaan? Wat geeft je energie? Wat motiveert je telkens weer? Schrijf die persoonlijke drijfveren eens op en beperk je tot ongeveer 5 stuks. Moet je kiezen? Toets je mogelijkheden dan aan wat je persoonlijke drijft. Het geeft je houvast en je verkleint je aantal keuzes. Ook een prioriteitenlijst maken waarop je je keuzes baseert kan uitkomst bieden.
  1. Maak een keuze met je hoofd en hart
Kiezen door rationeel de pro’s en contra’s tegen elkaar weg te strepen kan. Maar, hoe voelt het? De kans is groot dat het in tegenspraak is met je gevoel: wie je bent en waarvoor je staat. Kies daarom met zowel je hoofd en hart. Niet kiezen maakt juist ongelukkig. Kenmerkend voor het dertigers dilemma is beslissingen telkens weer uitstellen. Uit angst de verkeerde keuze te maken. Dus: blijf je maar rondjes draaien wat je twijfel aanwakkert. Zeg nou zelf? Dat doet je zelfvertrouwen geen goed. Het voedt je onzekerheid, zorgt voor stress en maakt je ongelukkig. Stel jezelf een deadline en beslis. Verspil niet langer je tijd en energie aan niet kiezen. Realiseer je: er zijn meerdere wegen die naar Rome leiden. Trouwens, geen keuze maken kan er zelfs toe leiden dat je straks – als je bijvoorbeeld 60 jaar bent – met spijt terugkijkt, omdat je niet durfde te kiezen.
  1. Stop met vergelijken
Ben je jezelf steeds aan het vergelijken met anderen? Omdat je denkt hetzelfde te moeten kunnen en/of doen? Lukt dat niet? Dan ben je teleurgesteld in jezelf en voelt het als falen. Pak je keuzestress aan en stop met jezelf te vergelijken met anderen. Want, zeg eens eerlijk? Geloof je die sprookjes op Facebook en andere sociale media? Nooit eens twijfel? Angst? Tegenslag? Doe wat jou hart sneller laat kloppen en verwijs die hallelujaverhalen naar het land der fabelen. Raadpleeg liever echte mensen die je al je hele leven kennen.
  1. 100% zekerheid bestaat niet
Wacht je met kiezen tot je 100% zekerheid hebt? Uit angst dat je misschien niet juist kiest? Je andere dingen dan uitsluit? Besef dat zoiets als 100% zekerheid niet bestaat. Bovendien loop je het risico dat de tijd je inhaalt en/of dat iemand anders voor je kiest. Wil je dat? Het is dan niet jouw keuze. En het is maar de vraag of je daar gelukkig van wordt. Kom uit je comfortzone en verdoe verder geen tijd met eindeloos piekeren en malen. Beslis en zet de eerste kleine stap. Bedenk dat je gaandeweg je koers altijd nog kunt bijsturen.
Heb je moeite met kiezen? En herken je bovenstaande verschijnselen? Blijf dan niet doorlopen met dat vervelende gevoel. Praat erover met anderen, zorg voor volop ontspanning en leef gezond. Ook kan het goed zijn professionele hulp te raadplegen. Je bent echt niet de enige met keuzestress.
Hoe ben jij om gegaan met de moeilijke dilemma’s in je leven? Deel ze hieronder in het reactieveld. Andere mensen kunnen zeker leren van jouw levenservaring. Het is ook altijd fijn wanneer je deze blog de aandacht geeft via de bovenstaande social mediaknoppen. Dan help je jouw vrienden zeker weer een stukje in een positieve richting.

Heb ik een burn-out? Ontdek hier de signalen


            Heb ik een burn-out?            Ontdek hier de signalen





Heb ik een burn-out? Ontdek hier de signalen
Burn-out ben je niet van de ene op de andere dag. Dat gaat geleidelijk. Op weg naar een burn-out krijg je echter allerlei signalen dat het tijd is om van koers te veranderen. Negeer je die signalen dan kan het mis gaan. In deze blog lees je wanneer de alarmbellen zouden moeten gaan rinkelen en tips om stressverhogende gewoontes te veranderen.
 Signalen van beginnende burn-out
Niet iedereen krijgt dezelfde signalen. Iedereen heeft zo zijn eigen manier van omgaan met stress. Wie te veel hooi op zijn vork heeft, neigt vaak tot keihard doorwerken. Wie zich verveelt en te weinig uitdaging ervaart, zal eerder neigen naar cynisme en kampen met motivatieproblemen. Hoe dan ook, het is belangrijk om de volgende signalen serieus te nemen en een andere koers in te slaan. Welke signalen herken jij?
  1. Je voelt je continu gespannen, angstig, nerveus, opgejaagd.
  2. Je motivatie en betrokkenheid bij het werk is ver te zoeken. Je stelt veel uit en kunt je niet goed concentreren.
  3. Je bent negatiever en cynischer dan vroeger en hebt een kort lontje.
  4. Je zoekt minder contact met mensen.
  5. Je neemt geen tijd om fatsoenlijk te eten. Je propt snel iets naar binnen achter je bureau of in de auto.
  6. Je slaapt slecht, minder dan 8 uur per dag.
  7. Je bent moe en hebt weinig energie. ’s Avonds heb je geen puf meer om te sporten of mensen te ontmoeten.
  8. Je bent altijd gehaast en komt voortdurend tijd tekort.
  9. Je piekert veel en hebt veel zelfkritiek.
  10. Je hebt lichamelijke klachten; een hardnekkige verkoudheid, last van je maag, hoofdpijn, stijve nek.
  11. Je neigt naar verslavingen; meer koffie drinken of snoepen. Meer alcohol, roken of urenlang tv-kijken.
  12. Je bent minder productief en efficiënt dan vroeger, ook al maak je veel uren.
  13. Je neemt weinig rustmomenten.
  14. Je beweegt te weinig. Daar neem je de tijd niet voor.
Tips om burn-out te voorkomen
1  Zorg beter voor jezelf
Voldoende slaap, beweging, dagelijkse herstelmomenten, gezonde voeding en sociale contacten zijn belangrijke energiebronnen. Ga je daarop beknibbelen, dan kun je wachten op lichamelijke en mentale klachten. Zorg jij slecht voor jezelf, stel dan concrete doelen. En regel een stok achter de deur, zodat het niet bij goede voornemens blijft.  Vertel iemand wat je wanneer gaat doen en vraag hem jou ter verantwoording te roepen als je in de fout gaat. Dit helpt trouwens bij elke vorm van uitstelgedrag. Niemand geeft graag toe dat iets niet is gelukt.
2  Ga anders om met tijd
ga-beter-om-met-tijdEen to-do-lijst van hier tot Tokio? Altijd haast, opgejaagd en nooit genoeg tijd? Nog harder werken is niet de oplossing. ‘Als je haast hebt, wordt het tijd om te gaan zitten’, luidt een Chinees gezegde. Tijd om afstand te nemen en je af te vragen wat reden van dat eeuwige tijdgebrek is. Vind je het moeilijk om nee te zeggen en laad je telkens weer nieuwe taken op je bordje?  Of ben je nogal perfectionistisch en kost alles daarom zo veel tijd?
Nee zeggen
Met elke ja voeg je weer iets toe wat tijd en energie kost. De uitdaging voor notoire ja-zeggers ligt voor de hand: vaker nee zeggen. Zoek uit wat je tegenhoudt. Ben je bang dat anderen je dan niet aardig vinden of niet goed genoeg als je nee zou zeggen? Dat is misschien wat je denkt, maar zeker weten doe je dat niet. Wat je wel weet, is dat je afkoerst op een burn-out als je hier geen verandering in brengt. Wat je angst ook is, het maakt dat je jezelf ontzegt wat je het hardste nodig hebt: tijd en rust. Pak hem vast die angst, erken hem – en zeg nee. De wereld vergaat echt niet. Ben je zelf degene die telkens nieuwe ideeën bedenkt die je wilt uitvoeren, zeg dan vaker nee tegen jezelf. Je hoeft echt niet alles wat je bedenkt ook werkelijk te doen.
Goed is goed genoeg
Alles perfect willen doen, kost vreselijk veel tijd. Perfectionisme is hét recept voor uitputting en uitstelgedrag. Ook achter perfectionisme liggen angsten. Je krijgt geen stress omdat je niet perfect bent. Je krijgt stress omdat je perfect wilt zijn. Ook hier gaat het weer om het vastpakken van de angst erachter. Waar ben je bang? Stop met jezelf tegenwerken en veroordelen. Kies voor goed is goed genoeg. Perfectie bestaat sowieso niet. Het enige wat je harde werken en tijdrovende pogingen tot het benaderen van onmogelijke perfectie je opleveren, zijn slapeloze nachten, gebrek aan beweging, ontspanning en contact met je dierbaren. Waar je je dan weer schuldig over gaat voelen. Dat is het allemaal niet waard. Doe wat je binnen redelijke grenzen kunt doen en laat het daarbij. Misschien moet je dan uitstel vragen aan je baas of iets minder perfect werk leveren, maar dat is helemaal oké.
3  Stop met jezelf motiveren
Gebrek aan motivatie leidt meestal tot uitstelgedrag. ‘Morgen ga ik echt beginnen’, zeg je tegen jezelf. Maar morgen wordt overmorgen, volgende week, maand … de klussen hopen zich op. De stress neemt toe en de motivatie blijft uit. Heb jij last van gebrek aan motivatie? Deze tip zal je verrassen: Stop met proberen jezelf te motiveren om in actie te komen! Het werkt niet en geeft alleen maar meer stress. Je weet namelijk heel goed dat je in actie moet komen. Dat is het probleem niet. Het echte probleem is dat je ervan uitgaat dat je pas in actie kunt komen als je zin hebt om in actie te komen. Met die aanname heb je een extra barrière voor jezelf opgeworpen. Nu heb je jezelf naast de taak die je moet doen nog een veel moeilijkere taak opgedragen: zorgen dat je er zin in hebt.
Wat dan wel? Erken en benoem allereerst je negatieve emoties (je verveling, gebrek aan betrokkenheid, desinteresse). Dat alleen lucht al op. Je hebt die emoties nu eenmaal. Ze ontkennen of proberen weg te drukken, lukt toch niet. Kom vervolgens ondanks die gevoelens in actie. Met frisse tegenzin. Meestal verdwijnen die negatieve gevoelens dan ook. Misschien herken je dat wel van je administratie moeten bijwerken. Uiteindelijk ga je met tegenzin aan de slag. Eenmaal bezig valt het eigenlijk best mee. Mocht dat niet zo zijn, dan heb je in elk geval weer iets van je lijstje kunnen schrappen. Je hoeft geen zin te hebben of gemotiveerd te zijn om iets klaar te krijgen. Het enige wat je hoeft te doen, is beginnen.
4  Geef je innerlijke vriend het woord
Je innerlijke criticus ken je vast als je last hebt van stress. Dat luide kritische stemmetje in je hoofd dat voortdurend commentaar heeft, hoe je je best ook doet. Dat maakt onzeker, geeft stress en leidt tot een hoop gepieker omdat je de situatie telkens vanuit zijn gezichtspunt beschouwt. En denkt dat dát de waarheid is. Je hebt echter ook een innerlijke vriend, alleen kun je die door het geschreeuw van je criticus bijna niet horen. Geef dat milde, vriendelijke stemmetje ook het woord. Hij bekijkt zaken vanuit een ander perspectief en laat een ander geluid horen. Waarschijnlijk zegt hij dat je meer compassie met jezelf mag hebben, dat je goed bent zoals je bent en dat goed goed genoeg is. Vind je dat lastig, zo’n innerlijke dialoog? Bespreek je zorgen of problemen dan eens met mensen van wie je zeker weet dat zij er anders naar kijken of het niet met je eens zijn.
5  Zie een terugval als een leermoment
Een nieuwe gewoonte inslijten gaat niet vanzelf. Soms val je nu eenmaal terug in oud gedrag. Dan kun je het bijltje erbij neergooien. ‘Zie je wel, ik ben weer terug bij af. Waarom zou ik al die moeite doen.’ Opgeven is de makkelijkste manier. Maar dan maak je jezelf slachtoffer van de omstandigheden. Zie een terugval als een leermoment. Wat was de oorzaak van je terugval? Voerde je innerlijke criticus het hoogste woord? Heb je dingen uitgesteld omdat je zat te wachten op motivatie? Heb je toch ja gezegd tegen een nieuwe taak? Ging je toch weer voor een 10 of heb je geen herstelmomenten ingepland? Je weet dan waar jouw valkuil ligt. Dan weet je ook waar je vooral op moet letten om te voorkomen dat je erin stapt. Sta jezelf toe om fouten te maken. Veranderen gaat nu eenmaal met vallen en opstaan.gewoonte-inslijten
Het is trouwens onzin om te denken dat je bij een terugval weer terug bij af bent. Je hebt al heel wat stappen gezet. Het helpt om die bewijzen van vooruitgang een tijdje te noteren tot je nieuwe gewoonte echt is ingesleten. Daar kun je moed uit putten als het even tegenzit.
Ken je vrienden, familie of collega’s die dreigen op te branden? Help ze door dit artikel met ze te delen via de bovenstaande Social Media Knoppen.









Voorkom smartphonestress met deze   11 slimme tips


Voorkom smartphonestress met deze 11 slimme tips


Waar zou je zijn zonder jouw smartphone? Is jouw mobiele telefoon ook jouw beste ‘vriend’? Zoals in iedere relatie kunnen er op den duur spanningen ontstaan. Hoe voorkom je een smartphone verslaving? Lees in dit artikel hoe jij controle blijft houden in een wereld van digitale verleidingen.

Smartphonestress is een groeiend probleem
Voor menigeen voelt het vergeten van hun smartphone bijna hetzelfde als vergeten adem te halen. Je smartphone is je contactpunt met de buitenwereld, je agenda, je wekker, je doet er betalingen mee en zet er misschien zelfs je verwarming mee aan en uit. Als je je verveelt, speel je ermee en ’s avonds in bed bekijk je er nog een paar filmpjes op. Oh ja, en je belt ermee.
Al langer klinken geluiden dat een smartphone stress zou veroorzaken en een schadelijke invloed op de gezondheid heeft. Psychische gevaren zijn bijvoorbeeld het dwangmatig checken van e-mails, berichten en allerlei accounts zoals Facebook, Twitter, Instagram of LinkedIn. Wanneer een bericht binnenkomt, kunnen mensen zich verplicht of gedwongen voelen om hem te lezen en te beantwoorden.

Verslaafd voor je het weet
Jouw smartphone kan ook een verslavende werking hebben. Het schijnt dat maar liefst 10-12% van de smartphonegebruikers verslaafd is aan zijn of haar mobiel. Ze kunnen de hele dag door niet stoppen met op hun mobiel kijken. Het kan zijn dat iemand zelfs ’s nachts wakker wordt en de telefoon pakt om mails te lezen, filmpjes te kijken et cetera. Dat is ook niet zo vreemd, want een smartphone geeft onmiddellijke behoeftebevrediging. Als je behoefte hebt aan afleiding, heb je zo een filmpje of leuke Facebookpagina gevonden. Als je graag aandacht wilt, dan stuur je een paar appjes en hebt binnen de kortste keren reactie.
Met andere woorden: je wordt steeds direct ‘beloond’. Het hormoon dat hierbij vrijkomt, heet dopamine. Het zorgt voor een plezierervaring en maakt dat iemand steeds weer op zoek gaat naar dezelfde prettige ervaring. Dit hormoon houdt ook verband met andere verslavingen. De verslaving aan een smartphone wordt weleens vergeleken met een gokverslaving. Omdat de prikkels op onverwachte momenten binnenkomen, sluipt de verslaving er in voordat je het in de gaten hebt.

Andere stressfactoren die je moet kennen
Een mobiele telefoon kan je ook afleiden, bijvoorbeeld op je werk of in het verkeer. (Op het werk kan het ook een bron van stress zijn voor een werkgever, die soms veel betaalde werktijd verloren ziet gaan aan smartphonegebruik door werknemers …!). Een telefoon die aan staat, is bovendien een constante bedreiging voor je rust, want iedereen kan op ieder moment inbreken. Ook dit kan stress opleveren. Daarnaast remt het blauwe licht van een smartphone het slaaphormoon, waardoor je nachtrust verstoord kan raken. We komen hier verderop nog op terug.

Stralen is balen
De straling die een smartphone afgeeft, blijkt echter ook een belangrijke stressfactor te zijn. Twee Amerikaanse onderzoekers hebben vastgesteld dat dit invloed heeft op de cellen in ons lichaam. Door de elektromagnetische straling treedt er een stressreactie van de cellen op. Er kan ook DNA-schade door ontstaan. Bovendien wordt de straling in verband gebracht met depressie en andere psychische aandoeningen. Het onderzoek liet verder zien dat ook straling de productie van het slaaphormoon melatonine verstoort.
Er zijn verschillende stralingsfrequenties die een apparaat kan uitzenden. Voor wifi wordt hoofdzakelijk een microgolf-frequentie van 2,45 GHz gebruikt, evenals voor de magnetron trouwens. Naast het gebruik thuis, worden steeds meer van dit soort wifi-zenders in openbare ruimten geplaatst. Denk aan bibliotheken, winkelcentra, treinen et cetera. Ook bepaalde computerspelletjes werken dankzij een wifi-verbinding, evenals apparaten op kantoor en in het huishouden. In een uitgebreid onderzoek dat begin dit jaar verscheen[1], werden ruim 100 studies vergeleken die de uitwerking van deze veelgebruikte stralingsfrequentie hebben onderzocht.
Uit deze vergelijkingsstudie kwam een unaniem beeld naar voren dat de wifistraling die ook door je smartphone wordt uitgezonden, allerlei schadelijke gevolgen heeft voor zowel je psychische als fysieke gezondheid. Belangrijk om te noemen is dat de sterkte van de straling in alle gevallen onder de wettelijk toegestane hoeveelheid lag. In diverse studies werd het reeds hierboven genoemde effect van ‘celstress’ genoemd. Ook kwam naar voren dat de gifstoffen die je cellen aanmaken als reactie op de straling, een negatieve uitwerking hebben op het vermogen om te leren, dingen te onthouden, je aandacht en je gedrag.

Liever aan de kabel
Verder blijkt de straling een bedreiging te zijn voor de vruchtbaarheid, de hersenen en het DNA. Ook is het kankerverwekkend. Andere risico’s hebben betrekking op bijvoorbeeld het hart, de lever en de schildklier. Eén van de oplossingen die deze studie aandroeg, was dan ook het zoveel mogelijk gebruik maken van kabels in plaats van draadloos internet. Het negatieve effect op het leren, geheugen en gedrag maakte dat men scholen aanraadde om alle toepassingen met wifi te verwijderen uit de scholen. Een andere studie die de uitwerking van de wifistraling uit smartphones op het hart en de hersenen onderzocht, vond een verband met zeldzame vormen van hart- en hersentumoren.
Je wordt er niet bepaald vrolijk van als je leest wat de straling vanuit je telefoon allemaal doet met je lichaam. Op www.slapen.com worden ook nog enkele redenen genoemd waardoor een mobieltje stress kan veroorzaken. We noemden al het dwingende effect van berichtjes en dergelijke, waarbij je je verplicht kunt voelen om ze meteen te lezen en te beantwoorden. Mensen met een groot verantwoordelijkheidsgevoel kunnen makkelijk in de verleiding komen om toch nog even iets op te zoeken voor hun werk of vast de stukken te lezen voor de vergadering van morgen. Maar denk bijvoorbeeld ook aan verhitte discussies of zelfs ruzies via Facebook of een ander medium. Ook hierdoor kan je telefoon een bron van stress zijn.

Je ligt er wakker van
Er lijkt bovendien een verband te zijn tussen het gebruik van mobieltjes en nachtmerries of wakker liggen ’s nachts. Eén van de redenen noemden we al, namelijk dat het blauwe licht ervoor zorgt dat het slaaphormoon melatonine wordt afgebroken. Hierdoor voel je je minder slaperig en val je minder makkelijk in slaap.
Een andere reden is dat veel mensen nog even een paar dingen op hun smartphone bekijken voordat ze gaan slapen. Het idee is dat dit ontspannend werkt, maar dat blijkt nou juist niet zo te zijn. Het zien van je mailbox herinnert je bijvoorbeeld aan zaken die je nog moet doen, berichten die je leest kunnen emoties oproepen en ook op andere manieren stimuleer je je hersenen om weer actief te worden. Het gevolg is dat je helderder wordt, in plaats van slaperiger. Beter is het om zo min mogelijk prikkels om je heen te hebben, zodat je in rust kunt gaan slapen. Ook dit kan veel stress voorkomen.

Wat kun je eraan doen?
Wat kun je nu doen om het stressvolle effect van je mobieltje te beperken? Laten we eerst eens kijken naar hoe je die stress-veroorzakende straling kunt verminderen.
  • Less is more. De allereerste tip, die mogelijk voor wat zuchten en steunen zorgt bij jou: gebruik je smartphone zo min mogelijk….(Duhh, zouden mijn dochters zeggen).
  • Houd je telefoon ook zo min mogelijk tegen je lichaam. Neem de telefoon mee in je tas als je ergens naartoe gaat en leg hem -als dat mogelijk is- bij je vandaan als je ergens binnen bent. (Maar leg bijvoorbeeld ook een iPad op tafel in plaats van op schoot.)
  • Gebruik air-tube oortjes of de luidspreker tijdens het bellen. Als dat niet mogelijk is, houd de telefoon dan een paar centimeter bij je oor vandaan, dus niet tegen je hoofd. Gebruik zoveel mogelijk een vaste telefoon met kabel. Ook kun je ervoor kiezen om je telefoon naar je huislijn door te schakelen zodra je thuis bent.
  • Wifi is een bron van straling en daardoor van stress. Gebruik daarom zo min mogelijk wifi op je telefoon. Op Google Android smartphones is het mogelijk om wifi automatisch te laten uitschakelen op het moment dat het beeldscherm uit gaat.
  • Zet je telefoon uit als je gaat slapen en leg hem het liefst ook in een andere ruimte neer. Mocht je hem echt als wekker nodig hebben, zet hem dan op de vliegtuigstand.
  • Een belangrijke tip is ook om je mobiele telefoon zo min mogelijk te gebruiken in kleine, metalen ruimtes. Denk aan een lift, maar ook een bus, trein of … de auto! Door de metalen constructie om je heen kaatsen de stralingsgolven als het ware heen en weer, waardoor je er nog meer aan wordt blootgesteld.
  • Is je vaste telefoon ook draadloos en wil je dat graag zo houden? Gigaset biedt zogenaamde ‘Eco-DECT telefoons’. Deze zijn 100% stralingsvrij als ze stand-by staan en wanneer je ermee belt, verlaagt de telefoon de straling met zo’n 80%. Schakel ook wifispots uit. Voor wie over dat laatste een uitleg wil: klik hier.
  • Zet ’s nachts je wifi uit. En gebruik een stralingsarme router. Deze geeft wel 90% minder straling af.
  • Bel zo min mogelijk als je weinig bereik hebt. De telefoon gaat dan nog harder ‘zijn best doen’ om verbinding te maken en geeft hierdoor extra veel straling af.
  • Gebruik altijd zoveel mogelijk een internetkabel en zo min mogelijk draadloze verbindingen.
  • Kinderen zijn kwetsbaarder voor straling dan volwassenen. Hun dunnere schedel maakt dat straling vanuit telefoon dieper de hersenen binnendringt. Zorg er dus voor dat kinderen zo min mogelijk mobiel bellen.

Nog andere stralingsbronnen
Goed om te weten is dat er naast de smartphone dus ook andere stralingsbronnen in huis zijn, die hetzelfde effect hebben. Wel is hun effect waarschijnlijk minder, omdat je deze apparaten vaak korter en minder dicht bij je in de buurt hebt. Voorbeelden zijn een laptop, (spel)computer, tablet, draadloze printer, wifi router, dect telefoon, smart tv, slimme meter en slimme thermostaat, magnetron, inductiekookplaat, slimme wasmachine of -droger en de zender en ontvanger van de babyfoon. Voor al deze apparaten geldt hetzelfde: zo min mogelijk gebruiken, zo ver mogelijk bij je vandaan houden en als het kan ’s nachts uitschakelen.

Meten is weten
Als je merkt dat je smartphone een verslavende werking op je heeft, doe er dan echt iets aan. Er bestaat bijvoorbeeld een  ‘BreakFree’ app die precies bijhoudt hoe vaak je de telefoon ontgrendelt, hoeveel minuten (of uren …) je op je telefoon besteedt, etc. Door het voor jezelf visueel te maken, groeit ook het bewustzijn dat je niet goed bezig bent. En daarmee hopelijk de motivatie om er iets aan te doen. Stel grenzen aan het gebruik van je mobiel. Zet hem ook periodes uit en betrek mensen die je vertrouwt in jouw battle tegen smartphoneverslaving en smartphone-stress.
Wat je verder nog kunt doen, is ervoor zorgen dat je een telefoon hebt die zo min mogelijk straling afgeeft. Alhoewel geen enkele smartphone qua straling goed is voor je gezondheid, zitten er wel grote verschillen tussen. Zoek hier eens naar op internet, er zijn beslist lijsten te vinden met stralingsarme telefoons.
Als laatste nog een tip: eet ook gezond. Op deze manier versterk je het vermogen van het lichaam om de schade door straling te herstellen. Antioxidanten zijn hiervoor belangrijk. Ook hierover kun je veel op het internet vinden.
Al met al geen vrolijk verhaal. Ik wil beslist jouw digitale vriend(in) niet afpakken. Maar ik gun je een leven met zo min mogelijk stress. Stralen kan je op zoveel verschillende manieren, daar heb je niet altijd een wifi-verbinding voor nodig.

Welke suggesties heb je voor de andere lezers van deze blog? Deel ze hieronder in het reactievak.
Ik waardeer het wanneer je dit artikel verspreid onder je vrienden, door middel het klikken op een van de social mediaknoppen.

Woede: zo ga je er veilig mee om

Woede: zo ga je er veilig mee om

Woede. Een heel natuurlijke emotie. We voelen ons allemaal wel eens geïrriteerd of boos. Net als schaamte – waar ik vorige keer over schreef – is woede een tamelijk dwingende emotie. Woede kan zich werkelijk meester van je maken. In deze blog ga ik het hebben over de emotie die we allemaal weleens ervaren, de sensatie met een vrij slecht imago. Woede. Waar komt die vandaan? Wat moet je ermee en hoe zorg je dat jouw woede niet de overhand neemt?

Wat is woede?
Wat is woede nu eigenlijk precies? Woede is in de eerste plaats een beschermingsmechanisme. Het is een natuurlijke reactie die zich aandient wanneer jou, of een ander, onrecht wordt aangedaan. Een belangrijke emotie dus, bedoeld om onze grenzen te bewaken en onszelf te beschermen. Hoewel woede niet een hele goede naam heeft, is er eigenlijk niets mis mee.
Toen we nog als nomaden door de bossen zwierven, hielp woede ons snel te handelen en in actie te komen bij dreigend gevaar. Het probleem van woede is, dat hij in de context van onze huidige tijd vaak tamelijk misplaatst is. Woede heeft zijn natuurlijke functie verloren, maar ons brein reageert nog altijd primair, namelijk alsof ons leven wordt bedreigd. Erg belangrijk dus om deze emotie bij de lurven te grijpen wanneer hij zich aandient.

Woede als afdekking
Omdat woede een primaire emotie is, wordt hij vaak gebruikt als afdekking van een andere emotie of een ander gevoel. Ook dat is een vorm van bescherming, namelijk de bescherming tegen pijn die je niet wilt voelen. Emoties die niet worden erkend, kunnen zich later manifesteren in de vorm van allerlei stressklachten. Je woede leren kennen en erkennen is dan ook een belangrijke stap voorwaarts bij het beteugelen van deze driftkikker van een emotie.

De schuld van een ander
Als je boos bent, voel je je benadeeld door een ander. Je hebt iets niet gekregen waar je wel recht op had: een promotie, misschien een uitnodiging voor een huwelijk? Er is je iets niet gegund of je werd niet op waarde geschat. Kortom: woede wordt veroorzaakt door iets of iemand anders, toch? Het feit dat we ons – als we boos zijn – per definitie verongelijkt voelen, is meteen een gevaarlijk aspect van de hele sensatie. Natuurlijk zijn er bepaalde ethische normen en waarden waar we het allemaal wel over eens zijn:
Gij zult niet doden. Gij zult niet stelen. Gij zult niet liegen. Ga zo maar even door. Maar de ethiek in bredere zin kent een veel groter grijs gebied waarin de meningen nogal verschillen. Met andere woorden: je benadeelt voelen, is iets anders dan benadeeld worden. Woede laat zich kenmerken door een grote stelligheid van het woedende subject. De overtuigingskracht waarmee iemand die boos is zijn gelijk over het voetlicht brengt, kan behoorlijk imponerend zijn, zeker als zo’n pleidooi met grootse handgebaren gepaard gaat.

Aristoteles
Een van de grote filosofen die zich met woede bezighield, was Aristoteles. Hij heeft over woede veel nagedacht en geschreven en kwam tot de conclusie dat de emotie zowel pijn als genot behelst. De pijn refereert hierbij aan de gekwetstheid van het woedende subject en het genot van de woede zit hem in het vooruitzicht van de wraak. Een praktisch voorbeeld: je bent boos op een vriend. Hij heeft je bedonderd. Laten we zeggen dat hij er met je vriendin vandoor is gegaan, doorgaans een goede grond voor de nodige woede. Je voelt pijn en gekwetstheid. Iemand om wie jij geeft, heeft zich respectloos getoond.
Je besluit voor fysiek geweld te kiezen. Je stapt op je vriend af en geeft hem een rechtse. Zonder woorden te gebruiken, zeg je: ‘Jij deed mij pijn. Nu doe ik jou ook pijn.’ Je voelt genot; het genot van de vergelding. Een woedende handeling dient er eigenlijk altijd toe de pijn die diezelfde woede veroorzaakte, ongedaan te maken. Wanneer er aan woede een actie gekoppeld wordt, dan liggen daar dus niet de fraaiste motieven aan ten grondslag. Het is dan ook aan te raden om met woede op een andere manier om te gaan. Over de alternatieven kom ik zo te spreken.

Het doelwit van de woede
Aristoteles benadrukt verder dat het doelwit van een woedende handeling, eigenlijk altijd een ander mens is. Ik ben boos op jou of jij bent boos om mij.[1] Als ik zo vrij mag zijn, ben ik het daar niet helemaal mee eens. Ik heb in de praktijk veel gezien dat woede een grote onderliggende drijfveer van mensen kan zijn die zich manifesteert in vele facetten van het leven. Sluimerende woede kan zich op allerlei manieren wreken. Niet enkel op mensen, maar zeker ook op dingen of zelfs op dieren, passief of agressief.
Misschien heb je het wel eens gezien. De meneer met de hond die maar niet luisteren wil en zijn geliefde huisdier er met de riem van langs geeft. Misschien ben je zelf wel eens heel erg boos geworden op je keukenkastje toen je je hoofd er tegen stootte. Er zijn allerlei manieren om woede te ervaren en woede te uiten. De kunst is om daarbij je omgeving, jezelf of anderen geen schade aan te doen. Dat woede volgens het woedende subject altijd door een ander wordt veroorzaakt, maakt het nu juist zo’n gevaarlijke emotie. Want vaak heeft woede die uit stress voortkomt niets meer met die ander te maken, en des te meer met jezelf.

De primaire emotie
Woede is dus een primaire emotie. Als je boos bent, reageer je direct. Er zit nauwelijks ruimte tussen de emotie en het handelen. Dat maakt woede een extra gevaarlijke emotie, want wie vanuit een impuls handelt, zal snel overreageren. Woede heeft een directe invloed op het doelwit van de woede. Het is een bedreigende emotie. Logisch, want met woede oefen je macht uit. Kijk maar eens naar de fysieke handelingen waarmee woede gepaard gaat.
Wanneer je boos bent, maak je je groot. Het wapen waarmee je ten strijde trekt is soms je stem. Je verheft hem of schreeuwt. Bedreigende armbewegingen worden ook veel gebruikt. Als je woedend bent, neem je zo veel mogelijk ruimte in. Het is een emotie die zich naar buiten keert. Hoe groter jij je maakt, hoe kleiner de ander in verhouding tot jou wordt. Dat kan een gevoel van voldoening geven of zoals Aristoteles omschreef ‘genot.’

Controlerende emotie
Woede is ook een controlerende emotie, omdat je met woede poogt macht uit te oefenen op je omgeving. Dat kan in een hardnekkig geval letterlijk zijn door iemand tegen de grond te drukken en fysiek geweld te gebruiken, maar dat kan ook door te manipuleren. Mensen manipuleren iets te doen wat jij wilt, is ook een vorm van woede. Het komt uit dezelfde koker, namelijk die van verongelijktheid en jij-moet-doen-wat-ik-zeg. Een houding die je in het leven niet veel verder brengt. Maar voor veel mensen die worstelen met onderdrukte woede, is het niet makkelijk om hiervan los te komen. Wie continu met onderdrukte woede rondloopt, wijst altijd met de vinger naar de buitenwereld.
“Waar het verstand ophoudt, begint de woede. Daarom is woede een teken van zwakte.”
Dalai Lama
Woede maakt dat je bij jezelf wegblijft. Het zorgt ervoor dat je de verantwoordelijkheid voor je eigen gedrag altijd bij een ander legt. De driftkikker kan je vaak haarfijn uitleggen wat er aan de wereld en de dingen allemaal niet deugt. Hij kan er uren over vertellen en als je hem tegenspreekt, dan ben je nog niet jarig. Wie boos is, ontbreekt het aan zelfreflectie. Iemand die de hele dag maar klaagt, is geen prettig gezelschap. Het is dan ook goed om je te realiseren dat boze mensen verdrietige mensen zijn, die met onderdrukte emoties rondlopen en over het algemeen met heel veel stress.

Het stresshormoon
Wie boos is maakt adrenaline aan en dat is, jawel, het stresshormoon. Adrenaline wordt in de bijnieren aangemaakt. Het heeft een hele heldere functie. Het zorgt ervoor dat je in bedreigende situaties snel kunt handelen. Je hebt het vast zelf weleens ervaren. Je hart gaat sneller kloppen, je bloeddruk stijgt. Je voelt je opgefokt. Klaar om te vechten of te vluchten. Wie te veel adrenaline aanmaakt omdat hij alsmaar boos is, zal daar op termijn klachten van ondervinden. Het hormoon kan bij overproductie zorgen voor slaapproblemen, overgewicht en zelfs voor burn-out klachten.

Door woede beheerst
Wie door woede beheerst wordt, verliest zicht op de realiteit. Daarom is het ontzettend belangrijk om onderdrukte woede te herkennen en te erkennen. Wie zichzelf heeft aangeleerd om altijd vanuit woede te reageren, zal het steeds moeilijker vinden om op een andere manier te reageren. Gewoonten zijn moeilijk te doorbreken, zeker als ze vele jaren hebben gediend als afdekking van een dieper liggend gevoel of een onverwerkt trauma. Achter het masker van de woede ligt een heel pallet aan andere emoties verscholen: die zijn vaak een stuk minder destructief dan hun woedende soortgenoot.

Vertrouwd met woede
Patronen van woede doorbreken zal dus betekenen dat je niet alleen je woede, maar ook de emoties die achter die woede verborgen liggen, aan moet gaan. Dit kan soms een behoorlijke achtbaan van emoties zijn. Mensen die aan de slag gaan met het doorbreken van patronen van woede, voelen zich vaak overweldigd door het pallet aan emoties dat naar boven komt. Hoewel de woede hen misschien niet verder bracht en er niet bepaald voor zorgde dat ze op een liefdevolle manier in het leven stonden, was het wel een manier om met het leven om te gaan: een vertrouwde manier. Natuurlijk gaat het loslaten van woede dan ook gepaard met angst en soms met terugvallen in oude woede. Dat hoort er allemaal bij.

Passieve woede herkennen
Onderdrukte woede uit zich op verschillende manieren en niet alleen maar in de vorm van een vloekende burger. Passief agressief gedrag bij mensen die met onderdrukte pijn rondlopen zijn: manipuleren, liegen, grote verhalen vertellen, cynisme en bemoeizucht. Nu we weten wat woede is, wat het met ons kan doen en hoe we het herkennen, laten we eens kijken naar de mogelijkheden om met onze woede om te gaan. Laten we het hebben over anger management.

Herken je woede
De eerste stap om beter om te gaan met woede, is het herkennen van die emotie. Misschien heb je inmiddels wat meer handvatten gekregen en herken je bij jezelf een van de boven omschreven gedragingen. Bemoei je je veel met anderen? Heb je de neiging om verhalen op te blazen en voel je je vaak opgefokt? Kijk dan eens rustig naar de gevoelens die aan dat gedrag ten grondslag liggen. Het zal je helpen om meer inzicht in je gevoelsleven te krijgen. Doe het stap voor stap en met behulp van een coach. Er kunnen soms trauma’s en heftige emoties naar boven komen. Dan is begeleiding raadzaam om met deze ‘nieuwe’ emoties om te leren gaan.

Erken je woede
Wanneer je jezelf in de auto je middelvinger op ziet steken, herken je misschien dat je boos bent. De volgende stap is om die emotie dan ook te erkennen. Dat betekent dat je hem ziet, in al zijn glorie. Woede doet het goed achter dichte deuren, maar als die deuren openstaan en er frisse lucht naar binnen waait, dan neemt de kracht van de woede al snel af en komt er ruimte voor meer constructieve emoties. Woede erkennen, er naar kijken zonder oordeel en zonder er een handeling aan te koppelen, zal de emotie ontkrachten.

Van uitstel komt afstel
Wanneer je eenmaal herkent en erkent dat jij een opgewonden standje bent, dan zul je ook weten dat je soms door je woede wordt geleid en dat de woede dan een loopje met je neemt. Maar hoezeer jij je ook bewust bent van deze eigenschap, het zal je niet zomaar lukken om nooit meer in woede te ontsteken. Daarom is het zaak om jezelf een belangrijk trucje aan te leren. De beste vorm van anger management:
Een heftige emotie houdt altijd maar een negentig seconden stand. Hij is beslist van voorbij gaande aard. Geweldig toch? Dit betekent namelijk dat je de woede te slim af kunt zijn door niet meteen te handelen. Voel je de woede zich meester van je maken? Kom dan niet in actie, maar wacht! Doe niks. Het uitstellen van je reactie is de beste anger management, want zoals je weet; van uitstel komt afstel.
Wat is jouw eigen ervaring met woede? Heb je een manier gevonden om daar (anders) mee om te gaan? Deel jouw kennis in het reactieveld hieronder. Of klik op één van de bovenstaande Social Mediaknoppen. Daar maak je altijd weer vrienden mee

VAN EEN ROTDAG EEN TOPDAG!

                                     

VAN EEN ROTDAG EEN TOPDAG!


Heb jij zo’n dag waarop je niet zo lekker in je vel zit? Heb jij een pechdag! Heb jij een slecht humeur? Ben jij chagrijnig? Als je deze drie dingen doet kun jij van je rotdag een topdag maken.
  1. Wees lief voor je lichaam. Je kunt mooi je nagels lakken. Vraag je geliefde om een massage. Neem een warm bad met een heerlijke bruisbal erin. Eet je lievelingseten. Wedden dat jij je hierna al weer wat beter voelt.                                                                                            
  2. Doe iets dat bevrediging schenkt. Heb jij zo’n klusje liggen waarvan je al een hele tijd denkt; dat moet ik nog doen. Als jij dit oppakt en hebt gedaan ga jij je waarschijnlijk beter voelen. Verstuur eindelijk dat pakketje. Betaal die rekening. Schrob die badkamer. Bel die tante die je al weken moet bellen. Als dit gedaan is zul jij je waarschijnlijk voldaan voelen! Geef jezelf ook een dik compliment als jij je taak hebt uitgevoerd!                                                                                                                                                                 
  3. Voer een activiteit uit die je blij maakt. Ben jij dol op films? Ga dan lekker naar de bioscoop. Word jij van wandelen altijd blij? Ga dan heerlijk naar de hei. Maakt die vriendin jou altijd aan het lachen? Breng haar een bezoekje. Heb jij zo’n liedje waar je wel bij moet dansen? Draai dat nummer. 
Wedden dat jouw dag een stuk leuker is wanneer jij deze drie dingen doet?

Vind je werkgeluk: 5 dingen die je kunt doen op een baaldag

Vind je werkgeluk: 5 dingen die je kunt doen op een baaldag


Werkgeluk

Als je werk je niet meer blij maakt, kan dat flinke invloed hebben op je humeur en zelfs op je levensgeluk. Toch hoef je niet meteen je ontslagbrief in te dienen om de boel op te schudden. Want gelukkig zit geluk, ook op het werk, vaak in de kleine dingen.

Niets mis met een beetje balen

Zijn we tegenwoordig vaker ontevreden over ons werk? ‘We hebben nu veel meer keuzes dan vroeger. Dat is mooi, maar hoe meer keuzes, hoe vaker je spijt hebt. Dat is het bijproduct van de toegenomen mogelijkheden die het leven vormgeven. Vroeger hielden mensen veertig jaar dezelfde functie en deed je het werk wat je vader had gedaan, het hebben van spijt is niet erg, het is een nuttige emotie. Het gaat erom wat je ermee doet.’

Moet je dan meteen in actie komen?

‘Dat kan, maar dat balen is ook iets van deze tijd, heb ik het idee. Alles moet altijd maar leuk zijn; dat zie je ook aan hoe we ons presenteren op social media. Accepteer dat er nu eenmaal onvolkomenheden zijn en wees je bewust van de werkmomenten die wel leuk zijn. Dan lukt het je vaak om je ok door die minder leuke momenten heen te slaan.’

5 dingen die je kunt doen op een baaldag

  1. Haal koffie voor je collega’s – interactie doet vaak goed.
  2. Neem na afloop een andere weg naar huis.
  3. Focus op wat je wél leuk vindt en kijk daarnaar uit.
  4. Beloon jezelf na een saaie klus met een wandeling in de buitenlucht.
  5. Mail je fijnste collega dat het niet je dag is, en laat je oppeppen.


donderdag 7 februari 2019

zit er meer cafeïne in thee of in cola?

zit er meer cafeïne in thee of in cola?

Cafeïne linken we het snelst aan koffie, maar het stofje zit ook in thee en cola. Maar waar zit dan meer cafeïne: thee of cola? 
Het antwoord zal je vast verrassen.

Theïne
De meeste cafeïne zit namelijk niet in cola. Nee, 
in zwarte en groene thee zit dubbel (!) zoveel. 
Per 100 milliliter thee zit namelijk 25 milligram cafeïne, 
terwijl er per 100 milliliter cola 10 gram van in zit. 
En om een nog duidelijker beeld te schetsen: 
in een kopje thee van 125 milliliter zit 30 gram 
cafeïne en in een glas cola van 180 milliliter 18 gram.

Cafeïnevrije thee en cola 
Als je gevoelig bent voor cafeïne maar graag nog een kopje 
thee drinkt voor het slapengaan, kun je het best voor 
kruidenthee zoals rooibos gaan. Daar zit van nature geen cafeïne in. 
En wist je dat er ook cafeïnevrije cola bestaat? 
Die kun je in de meeste supermarkten kopen.