zondag 8 mei 2016

Douglas DC-2

Uiver

De Uiver op Schiphol in 1934
Uiver is de naam van het Douglas DC-2 vliegtuig met de registratie PH-AJU van de KLM. Het werd in 1934 een nationale beroemdheid, maar ging nog in datzelfde jaar bij een vliegramp verloren.

De naam[bewerken]

Uiver is het woord voor ooievaar in het Betuws dialect. De KLM noemde haar vliegtuigen naar vogels waarvan de eerste letter overeenkomt met de laatste letter van het registratieteken. Zo heette de PH-AIP Pelikaan en de PH-AJA Arend. Omdat de KLM reeds een machine bezat met de naam Uil, kwam men op het idee de PH-AJU Uiver te noemen.

Eerste reis[bewerken]

De Uiver werd in de zomer van 1934 als 18e DC-2 gebouwd door de Douglas Aircraft Company in Santa Monica (Californië) in de Verenigde Staten. Na acceptatie werd het toestel op 22 augustus 1934 overgevlogen naar New York en daar deels gedemonteerd om aan boord van de Statendam naar Rotterdam te worden vervoerd. Op 13 september 1934 kwam het schip daar aan. De machine werd naar het Rotterdamse vliegveld Waalhaven overgebracht. Na assemblage door de Technische Dienst van de KLM maakte de Uiver op 19 september 1934 zijn eerste vlucht boven Nederlandse bodem. Het toestel baarde opzien door de toen moderne aluminiumconstructie. De KLM was zo enthousiast over de nieuwe aanwinst, dat zij onmiddellijk nog 14 DC-2's bestelde, te assembleren door Fokker.

De race[bewerken]

Een grote groep mannen trekt aan een touw de Uiver uit de modder, Albury, 22 oktober 1934
Ter herinnering is in Albury een ex-RAAF DC-2 in de KLM-uitmonstering van de Uiver opgesteld
De Uiver werd in 1934 vooral beroemd door een vlucht van Mildenhall in Suffolk naar Melbourne inAustralië. De MacRobertson Londen - Melbourne luchtrace werd georganiseerd om het eeuwfeest van Melbourne te vieren. De race duurde van 20 tot 24 oktober. De bemanning van de Uiver bestond uit gezagvoerder Koene Dirk Parmentier,[1] eerste officier Jan Moll,[2] boordwerktuigkundige Bouwe Prins en telegrafist Cornelis van Brugge.[3] Ook aan boord waren drie passagiers (de Nederlanders P.M. Gilissen en R.J. Domenie en de Duitse pilote en journaliste Thea Rasche[4] en er werden bagage en post meegenomen.
De Uiver won het handicapklassement van de race. Over 19 877 km had het toestel 90 uren en 17 minuten gedaan. In het algemeen klassement werd de Uiver tweede, na het duo C.W.A. Scott[5] en Tom Campbell Black,[6] dat de afstand in de rode De Havilland DH.88 Comet "Grosvenor House" in 71 uur had afgelegd. Als derde arriveerden Clyde Pangborn[7] en Roscoe Turner[8] in 92 uur 55 minuten met de Boeing 247, het metalen verkeersvliegtuig dat in de VS de rechtstreekse concurrent was van de Douglas DC-2.
Een van de bekendste gebeurtenissen tijdens de race was de noodlanding die de Uiver moest maken op het laatste traject tussen Charleville (Queensland) en Melbourne. Door het slechte weer was Parmentier genoodzaakt het vliegtuig op de paardenrenbaan van Albury aan de grond te zetten. Hij deed dit na een oproep van het plaatselijke radiostation voor automobilisten om de renbaan met hun koplichten te verlichten. De renbaan was echter erg moerassig en de volgende morgen moest het vliegtuig met man en macht naar een drogere plek worden gesjouwd voordat het naar Melbourne kon vertrekken.
Op 21 november landde de Uiver weer in Nederland.

Uiver-rage[bewerken]

Na het succes van de Uiver in de Melbourne-race ontstond in Nederland een ware Uiver-rage. De bemanningsleden werden als helden gehuldigd. Er verschenen tal van memorabilia, zoals:
De Uiver werd door Louis Davids bezongen op een tekst van Jacques van Tol met als refrein:
Daar komt een Uiver gevlogen
en heel de lucht hoort aan hem:
het zijn de Hollandsche jongens
van onze pracht-KLM!
Bob Scholte bezong de Uiver in 't Is alweer de K.L.M..[9]
Uiver-passagier Thea Rasche (bijgenaamd "The Flying Fräulein") werd in Melbourne gehuldigd als de enige vrouw die de race had volbracht, ook al had zij niet zelf gevlogen. Daarna reisde zij door naar de VS, waar zij opnieuw het middelpunt van huldigingen werd. Zij kreeg het erelidmaatschap van de Women's International Association of Aeronautics, een ontvangst door Eleanor Roosevelt in het Witte Huis en een beker met het opschrift "Wings around the world for peace – won by Thea Rasche, 1934" uit handen van Amelia Earhart. Als verslaggeefster vanuit de Uiver gaf zij uit de eerste hand een enthousiast verslag van de luchtrace en van de kwaliteiten van de DC-2. Haar artikelen en foto's werden gepubliceerd in tal van tijdschriften over de gehele wereld en droegen daardoor bij aan de internationale waardering voor de prestaties van de KLM-bemanning en ook aan de promotie van het Douglas-product.
Ook passagier Roelof Jan Domenie hield een dagboek bij.[10]

Het einde van de Uiver[bewerken]

Op 20 december 1934, een maand na de terugkeer uit Australië, was de Uiver voor de tweede keer op weg naar Batavia. Het was een extra vlucht vanwege de kerst en er was 350 kg post aan boord. Na een tussenstop in Caïro wilde gezagvoerder Wim Beekman niet vertrekken wegens de slechte weersomstandigheden, maar KLM-directeur Albert Plesman dreigde hem te ontslaan. Dus vertrok de Uiver, maar hij zou nooit in Bagdad aankomen. Door slecht weer verongelukte hij bijRutbah Wells in het Irakese deel van de Syrische woestijn. Alle inzittenden, vier bemanningsleden en drie passagiers, kwamen om.[11] Onder de passagiers was mediatycoon Dominique Willem Berretty, de bewoner van de Villa Isola in Bandoeng. Een grafmonument voor Beekman staat in Muiderberg.
De Uiver, het populairste KLM-vliegtuig aller tijden, heeft dus - tussen de eerste vlucht op 19 september en de crash op 20 december 1934 - slechts drie maanden voor de KLM gevlogen.

Onderzoeken[bewerken]

De ramp is onderzocht door dr. ir. H.J. van der Maas, hoofd van de afdeling Vliegtuigen van de Rijks Studiedienst voor de Luchtvaart (RSL, 1919-1937). Hij had in de herfst van 1934, dus al voor de ramp, onderzoek gedaan naar de vliegeigenschappen van de DC-2. Hij arriveerde op 26 december op de plek des onheils. Op 8 januari 1935 bracht hij zijn eerste verslag uit aan de Luchtvaartdienst (LVD), gevolgd door het definitieve rapport op 5 februari 1935. Zijn conclusie was: "Het moet waarschijnlijk worden geacht, dat de zeer ongunstige weersomstandigheden, tezamen met minder gunstige vliegeigenschappen van het toestel in zware remous en vermoeidheid van de vlieger geleid hebben tot de botsing met de grond die de catastrophe tengevolge had".[12] Latere schriftelijke rapporten zijn nooit gepubliceerd. Zij werden in 1992 door historicus Herman Dekker bij de toenmalige Raad voor de Luchtvaart teruggevonden.
Ook een onderzoekscommissie van de KLM onder leiding van M.C. Moes (Hoofd-Inspecteur Dienst Amsterdam-Batavia) heeft ter plaatse onderzoek gedaan. In deze commissie waren onder anderen opgenomen de bekende gezagvoerders Gerrit J. Geysendorffer (die met de Pander Postjager ook aan de Melbourne-race had deelgenomen) en L. Sillevis.
De RSL had sinds 1931 een Permanente Ongevallen Commissie (POC) onder voorzitterschap van de Directeur Luchtvaartdienst E.Th. de Veer. Er waren nog drie leden, onder wie Van der Maas, die het eerste onderzoek had verricht. Om de objectiviteit van het onderzoek naar het verongelukken van de Uiver te waarborgen kreeg de POC op 7 februari 1935 een gewijzigde samenstelling met als voorzitter vice-admiraal Jhr. G.L. Schorer. Het onderzoek bevestigde de conclusies in het rapport van Van der Maas.[13]

De tweede Uiver[bewerken]

De Uiver keert terug op Schiphol, 31 maart 1984
In 1983 werd een DC-2 vanuit de Verenigde Staten naar Antwerpen en vervolgens per ponton naar Nederland vervoerd om te worden getoond in een documentaire.[14] Dit exemplaar was in 1934 gebouwd voor de US Navy. Op 18 december 1983 begon dit toestel aan een herhaling van de vlucht naar Melbourne.[15] Op 5 februari 1984 bereikte het vliegtuig de eindbestemming,[16] en op 31 maart 1984 keerde het, vertraagd door motorpech in Riaad, terug op Schiphol.[17] De bemanning bestond uit gezagvoerder Jan Plesman (kleinzoon van Albert Plesman), co-piloot Fred Schouten, en de mecaniciens Bonne Pijpstra en Ton Degenaar.[18] Na afloop werd het toestel ontmanteld en per boot teruggezonden naar de nucleair fysicus en vliegtuigenverzamelaar Colgate W. Darden III in Lexington (South Carolina), die sinds 1968 de eigenaar was.[19]
DC-2 in de uitmonstering van deUiver op de Texel Airshow, 2007. Het staartnummer 44 herinnert aan het wedstrijdnummer van de oorspronkelijke Uiver in de Melbourne-race.
In 1999 kon een daartoe opgerichte stichting deze DC-2 alsnog aankopen na een crowdfunding-actie.[20] Het was een van de acht nog bestaande DC-2's en een van de twee nog luchtwaardige.[21] Het vliegtuig, dat in het Nationaal Luchtvaart-Themapark Aviodrome op Lelystad Airport staat opgesteld, kreeg de naam en het oude kleurenschema van de eerste Uiver. Ook de oorspronkelijke registratie PH-AJU is op het toestel aangebracht, hoewel het officieel staat ingeschreven in het Amerikaanse burgerluchtvaartregister onder de registratie NC39165. Eigenlijk is het aanbrengen van dergelijke misleidende registratiekenmerken verboden, maar de Inspectie Verkeer en Waterstaat heeft voor dit historische toestel een uitzondering gemaakt. Dit vliegtuig is op 9 juli 2005 door zijn landingsgestel gezakt bij het taxiën op marinevliegveld Den Helder. Nadat het door vrijwilligers was opgeknapt, was het toestel in juni 2007 weer vliegklaar.

Douglas DC-2

Douglas DC-2
Douglas DC-2 van TWA in 1941
Douglas DC-2 van TWA in 1941
FabrikantDouglas Aircraft Company
Lengte19,1 m
Spanwijdte25,9 m
Hoogte (vanaf de grond)4,8 m
Stoelen voor passagiers14 en 2-3 bemanningsleden
Leeggewicht5 650 kg
Vleugeloppervlak87,3 m²
Max.startgewicht8 420 kg
Motoren2 × Wright Cyclone GR-1820-F53, 9 cilinder stermotor
Max. stuwkracht per motor710 pk (530 kW)
Kruissnelheid306 km/u
Max. reikwijdte1 750 km
Statushistorisch
Aantal gebouwd131 voor civiele luchtvaartmaatschappijen
62 voor het Amerikaanse leger
Portaal  Portaalicoon  Luchtvaart
De Douglas DC-2 PH-AJU Uiver van de KLM in 1934 in Albury (Australië).
De Douglas DC-2 was een tweemotorig aluminium vliegtuig voor 14 passagiers, gebouwd door de Douglas Aircraft Company, dat in 1934 in productie werd genomen. In dat jaar werd de reputatie van de DC-2 internationaal gevestigd doordat de Uiver van de KLM een spectaculaire wedstrijdvlucht van Nederland naar Australië maakte. Er zijn in totaal 193 toestellen van dit model gebouwd. Door de komst van de zeer succesvolle opvolger Douglas DC-3 is de rol van de DC-2 relatief beperkt gebleven.

Geschiedenis[bewerken]

Tot de jaren 30 bestonden vliegtuigen meestal uit een geraamte van hout, overspannen met textiel. Na enkele serieuze ongelukken werd de roep om metalen vliegtuigen steeds groter, omdat aangenomen werd dat deze veiliger waren. Het eerste geheel metalen vliegtuig was de Boeing 247, die 10 passagiers kon meenemen. Omdat van dat toestel vrijwel de gehele productie voor United Airlines was gereserveerd, deed de maatschappij TWA (Transcontinental and Western Air, het latere Trans World Airlines), een oproep aan een aantal andere fabrikanten om ook een geheel metalen toestel te ontwikkelen. Douglas' antwoord op deze oproep was de Douglas DC-1, die vanaf juli 1933 succesvolle proefvluchten maakte. Daaruit werd een productieversie ontwikkeld die iets langer was en sterkere motoren kreeg. Deze had een topsnelheid van 338 km/u op 2070 meter hoogte en een maximale vlieghoogte van 6930 meter. De typeaanduiding werd DC-2.
Het toestel maakte wereldwijd indruk. TWA bestelde 32 toestellen waarvan het eerste op 11 mei 1934 vloog.[1] Andere Amerikaanse en ook Europese maatschappijen, waaronder KLMLOT en Swissair, volgden. De KNILM (Koninklijke Nederlandsch-Indische Luchtvaart Maatschappij) kocht ook drie exemplaren. Een daarvan bestaat nog steeds in Australië. In juni 1934 waren reeds 75 exemplaren besteld.[1] In totaal werden 193 DC-2's in diverse versies gebouwd, waarvan 62 in diverse uitvoeringen voor het Amerikaanse leger (het United States Army Air Corps).
De opvolger van de DC-2 werd de Douglas DC-3, die eind 1935 zijn eerste proefvlucht maakte en waarvan er vanaf 1936 meer dan 10.000 gebouwd zijn. Deze had dezelfde algemene opzet als de DC-2, maar was groter, had krachtiger motoren en was economischer in het gebruik.

KLM[bewerken]

De toestellen voor de Europese markt werden verkocht door Fokker, die het verkooprecht van de DC-2 had. Hoewel Fokker ook een productielicentie had verworven, werden alle toestellen door Douglas zelf in Santa Monica (Californië)gebouwd. Ze werden na de proefvluchten van vleugels en motoren ontdaan en verscheept naar Europa, waar ze door Fokker in Rotterdam (vliegveld Waalhaven) of Cherbourg weer werden gecompleteerd. In 1934 was de KLM de eerste maatschappij buiten de VS die met de DC-2 vloog.[1] De eerste DC-2, de PH-AJU Uiver, werd wereldberoemd door het winnen van het handicapklassement van de luchtrace Londen - Melbourne in oktober 1934. In het algemeen klassement van deze race werd de Uiver tweede, met slechts de speciaal voor deze race gebouwde De Havilland DH.88 Grosvenor House vóór zich. Nog voor het einde van hetzelfde jaar 1934 (en nog vóór de aflevering van de veertien bestelde DC-2's aan de KLM) ging de Uiver bij een vliegramp in de Syrische woestijn ten onder.
1rightarrow blue.svg Zie Uiver voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Na de serie van veertien stuks uit 1935 werden in 1936 nog drie DC-2's aan de KLM nageleverd. Het totaal aantal werd hierdoor achttien, maar door diverse verliezen hebben ze nooit alle achttien tegelijk dienstgedaan. De toestellen vlogen op de route van Amsterdam naar Batavia (Nederlands-Indië) in de versie voor 7 passagiers en op het Europese en binnenlandse net met 14 zitplaatsen. In 1937 werden ze op de Batavia-lijn vervangen door de DC-3.
Van de achttien DC-2's van de KLM gingen de volgende vijf bij vliegtuigongelukken verloren:
  • 20 december 1934: PH-AJU Uiver bij Rutbah Wells in het Irakese deel van de Syrische woestijn, alle 7 inzittenden omgekomen;
  • 17 juli 1935: PH-AKM Maraboe in Bushir in Iran, alle inzittenden ongedeerd;
  • 20 juli 1935: PH-AKG Gaai in een Alpenvallei in Ticino, alle 13 inzittenden omgekomen;
  • 9 december 1936: PH-AKL Lijster bij Croydon (Londen), 15 van de 17 inzittenden omgekomen;
  • 28 juli 1937: PH-ALF Flamingo bij Halle (Vlaams-Brabant), alle 15 inzittenden omgekomen.
Deze vliegrampen riepen veel commotie, vragen en kritiek op, waarbij pers en publiek zich afvroegen of de keuze voor het Amerikaanse product verstandig was geweest. KLM-directeur Albert Plesman heeft deze beslissing echter altijd verdedigd en het beleid doorgezet. Tegen het einde van de jaren dertig was de vliegvloot grotendeels op de DC-2 en DC-3 gestandaardiseerd, waardoor de dienstregeling en het technisch onderhoud efficiënt konden worden georganiseerd.
De DC-3 kreeg de overhand en in 1939 had de KLM voor de meeste DC-2's geen emplooi meer, mede doordat de Europese oorlogssituatie beperkingen oplegde aan de lijndiensten. Overwogen werd een aantal machines te verkopen. Begin 1940 werd de PH-AKH Haan via een Zweedse maatschappij verkocht aan Finland. Dit toestel bestaat nog steeds en bevindt zich in een Fins luchtvaartmuseum. Bij de Duitse aanval op Schiphol op 10 mei 1940 verloor de KLM vijf DC-2's door onherstelbare schade. Zes andere exemplaren werden gevorderd door de Luftwaffe, die ze na de Nederlandse capitulatie overdroeg aan de Lufthansa. De als enige overgebleven DC-2 PH-ALE Edelvalk, die in mei 1940 in het neutrale Portugal verbleef, werd ingezet op de door de KLM voor de Britten gevlogen oorlogslijndienst Lissabon-Londen. Dit toestel is de enige KLM DC-2 die na de bevrijding nog op Schiphol is teruggeweest.

Fotogalerij[bewerken]

De DC-2 nu[bewerken]

Tegenwoordig zijn er nog diverse DC-2's over, waarvan twee luchtwaardig.[2]
Luchtwaardig
  • c/n 1404: Het Nationaal Luchtvaart-Themapark Aviodrome op Lelystad Airport bezit een van de twee DC-2's die nog kunnen vliegen. Dit vliegtuig heeft in 1983-1984 de vlucht van de Uiver van vijftig jaar eerder onder veel belangstelling overgedaan. In 1999 werd het van de Amerikaanse eigenaar gekocht door een daartoe opgerichte Nederlandse stichting. Het toestel werd tot 2005 soms ingezet tijdens vliegshows. In juli 2005 is het door zijn landingsgestel gezakt, maar in juni 2007 was het weer volledig vliegwaardig. Dit toestel, dat aanvankelijk eigendom was van de US Navy, is geschilderd in de kleuren van de originele Uiver, en heeft ook zijn naam en de fictieve registratie PH-AJU overgenomen, maar wie goed zoekt vindt de eigenlijke registratie NC39165.
  • c/n 1368: Een voormalig Pan Am toestel staat in TWA-uitmonstering in het Museum of Flight in Seattle en is luchtwaardig.
Niet luchtwaardig
  • c/n 1286: In Albury (Australië), waar de Uiver in 1934 een spectaculaire landing en start maakte, is ter herinnering een ex-RAAF DC-2 in de KLM-uitmonstering van de Uiver opgesteld.
  • c/n 1288: De Dutch Dakota Association in Nederland heeft een DC-2 in bezit, die verre van luchtwaardig is. Het was oorspronkelijk de bedoeling om ook dit toestel weer in de lucht te brengen, maar na een haalbaarheidsonderzoek is deze doelstelling overboord gezet[3]. De eerste eigenaar was Eastern Airlines.
  • c/n 1354: Het Central Finland Aviation Museum[4] heeft ook een DC-2 in bezit. Dit is de vroegere PH-AKH Haan van de KLM.
  • c/n 1376: De vroegere PK-AFL, een van de drie DC-2's van de KNILM, is eigendom van een particulier in Sydney, die dit toestel in luchtwaardige staat wil restaureren. Het werd in 1942 overgedragen aan de geallieerde strijdkrachten in Australië en heeft van 1944 tot 1965 voor verschillende Australische luchtvaartmaatschappijen gevlogen.
  • c/n 1562: Tevens staat er nog een romp zonder vleugels in het Finnish Aviation Museum.[5]
Zonnebloem 'Sunsation' bloeit door
Iedere zaterdag om 18:05 bij RTL4 herhaling zondag om 9:30
Sunsation bloeit van eind maart tot september en dat is uitzonderlijk lang voor een potzonnebloem. Tel daarbij op dat het een compacte, stevige plant is die helemaal happy is in pot, bak en mand en je kunt gerust stellen dat dit aanstormend talent ons terras, balkon, tuin en interieur zal veroveren. Het wordt gegarandeerd een zonnige, vrolijke zomer!
In tegenstelling tot andere zonnebloemen bloeit Sunsation al vanaf de lente en heeft de plant meerdere knoppen. Raakt de ene bloem uitgebloeid, dan komt de volgende knop tot bloei. En omdat elke bloem zeker een paar weken straalt, geniet je een zomer lang van de vrolijke zonnetjes ongeacht het weer! De potzonnebloem is een compacte en decoratieve plant die lekker laag blijft en stevig op zijn benen staat (in weer en wind). Dat maakt Sunsation ideaal voor potten, bakken en manden op balkon en terras.
Zonnetje in huis
 De potzonnebloem Sunsation is met zijn heldergele bloemen en zwarte hart ook het zonnetje in huis.    De plant maakt er geen punt van als je hem binnen zet want ook daar zal hij even enthousiast en lang bloeien. Zet de plant op een voetstuk in de vorm van een mooi krukje of tafeltje of hang een             vintage mand met daarin een paar planten aan de muur. Combineer de potzonnebloem met grassen, kruiden en bloeiende planten in een grote bak en je hebt een minituintje voor de tuintafel.                   Met drie of vijf zonnebloemen in een forse mand heb je een eyecatcher op het terras die de                       hele zomer straalt. Daar word je vrolijk van!
Topconditie
Sunsation vraagt weinig verzorging. Zet de plant op een zonnige plaats en geef regelmatig water             om de grond vochtig te houden (maar niet kletsnat). Voeg je eens in de twee weken wat                         plantenvoeding aan het water toe, dan is de plant is helemaal happy. Verwijder steeds bloemen die verwelken, want de volgende bloemknop staat al op het punt om te gaan stralen.
Tip voor Moederdag
Zet een Sunsation in bijpassende felgekleurde pot en schrijf er jouw boodschap op!
De potzonnebloem Sunsation is verkrijgbaar bij tuincentrum, bloemist, bouwmarkt en supermarkt.

zondag 1 mei 2016

Waar moet je op letten als je zonnebrandmiddelen koopt?

Waar moet je op letten als je zonnebrandmiddelen koopt?

Wanneer je in de winkel staat om een zonnebrandmiddel te kopen kun je overweldigd worden door de veelheid aan producten. Wat moet je kiezen? Moet je je meteen insmeren met factor 50 bij de eerste zonnestraal of pas wanneer je op het strand gaat liggen? We geven antwoord op de meest gestelde vragen over zonnebrandmiddelen.

We doen in ieder geval iets fout want als we krijgen steeds meer huidkanker in Nederland. Wat moeten we smeren, hoeveel en wat moeten we vooral niet doen? In de studio beantwoordt dermatoloog Ellen de Haas (Erasmus Medisch Centrum) zoveel mogelijk vragen over zonnebrandmiddelen die lezers van onze nieuwsbrief gesteld hebben. 
Huidkanker 
Volgens Ellen de Haas komt huidkanker steeds meer voor in Nederland. Één op de vijf Nederlanders krijgt huidkanker tijdens hun leven. Mannen krijgen het iets meer dan vrouwen, maar deze zijn volgens De Haas bezig met een inhaalrace. "Vroeger waren het alleen nog ouderen die huidkanker kregen, maar nu zie je steeds meer 40-jarigen. Dat betekent dat je wanneer je 80 wordt, je twee keer in je leven huidkanker krijgt." Dus pleit De Haas voor goed smeren. 

Houdbaarheid 
De meestvoorkomende vraag over zonnebrandmiddelen gaat over de houdbaarheid. Vaak staat er geen datum op de verpakking, of er staat twaalf maanden houdbaar, maar geen begindatum. Wat te doen? De Haas: "Zelf gooi ik elk jaar alles weg. De filters die ervoor moeten zorgen dat je beschermd bent tegen de zonnestralen die vervallen na een jaar. Natuurlijk kan de houdbaarheid per merk verschillen maar het is goed om te weten dat filters aan kracht verliezen. Dus neem het zekere voor het onzekere en gooi de fles na een jaar weg." 

Zuinig 
Ook vertelt De Haas dat wij Nederlanders veel te zuinig zijn met de hoeveelheid die we opsmeren. "Een oude dermatoloog zei vroeger: smeer zonnebrand zo dik als de pindakaas op je boterham. Dus bij kinderen lekker dik en wanneer je wat ouder bent kan het iets dunner." Bovenal geldt: meerdere keren per dag. Het liefst om de twee uur. 

Huidtypes 1 t/m 5 
Heeft een donkere huid ook zonnebrandmiddel nodig? De Haas legt uit dat er vijf huidtypes zijn.
- 1: rossig met sproeten
- 2: blond/ blauw 
- 3: bruin/ bruin
- 4: Aziatisch 
- 5: Negroïde
Volgens haar heeft ieder huidtype een andere manier van smeren nodig, maar iedereen moet wel blijven smeren. Hoe lichter de huid, hoe hoger de factor. Daarnaast ontkracht De Haas een veelvoorkomende fabel: als je al voorgebruind bent, hoef je niet te blijven smeren. "Het is grote onzin wanneer mensen zeggen: 'ik ben al bruin dus ik verbrand niet meer'. Je verbrandt dan niet meer, maar het afweermechanisme van de huid wordt nog steeds aangetast. Dus blijft de kans op huidkanker gewoon bestaan." Ook als je zongebruind bent moet je blijven smeren. 

Kinderen 
Een groot deel van de zonnebrandmiddelen in de schappen is gewijd aan kinderen. Een belangrijke groep vindt De Haas. Volgens haar vindt meer dan de helft van alle schade die zonlicht in een mensenleven aanricht, plaats voor het twintigste levensjaar. Het kwetsbaarst zijn baby's en peuters. Die moeten echt uit de zon blijven volgens De Haas. "Bij baby tot peuter is dat reparatie mechanisme is nog niet 'af' die moet echt uit de zon. Alleen een hoedje op is niet genoeg. Ze mogen echt niet in de zon." 

Waterproof 
Zijn alle middelen die claimen waterproof te zijn dat ook echt? De dermatoloog legt uit dat de vetheid van de zonnebrandmiddelen het het water tegen houdt. Volgens haar worden al deze middelen onder de beste labomstandigheden getest en dat heeft niets te maken met de werkelijkheid. "Wij drogen ons af nadat we in het water zijn geweest. Dus haal je het zonnebrandmiddel er weer af. Na een uur in het zeewater te zijn geweest, werkt het zonnebrandmiddel echt niet meer." 

Duur versus goedkoop 
Nog een andere veelgehoorde vraag gaat over het verschil in prijs. Is een duurder middel echt beter dan een middel van een paar euro? Volgens De Haas moet je vooral kijken naar de eigenschappen van het middel zoals de Sun Protection Factor (SPF) en of het beschermt tegen UVA en UVB. Dan moet je kijken of je het zelf lekker vindt smeren en wat bij je past en dan geeft het dus niet wat het kost.